1948 - 2010 : Het verhaal


1948 Sneeuwploeg
.

1949 Benelux-groep

1949 Speeltuin

- geen foto -

1949 Wapen van Wernhout

1950 Sprookje uit Sinaasappelland

1951 Meisjes zijn als melodieen

1952 Zonnebloemen

1953 Watersnood

1954 Zoals de ouden zongen, piepen de jongen

1954 Welkom

- geen foto -

1955 Lente in Holland

1956 De morgenstond heeft goud in de mond

1957 Ontspanning na arbeid


1e periode 1948 – 1957

Zoals bij iedere corsobuurtschap die Wernhout is voorgegaan in de weg tot meedoen aan Bloemencorso Zundert, zal ook voor Wernhout het eerste jaar één van de moeilijkste geweest zijn.

Het corso dat op dat moment nog in de kinderschoenen stond, was bezig de eerste vormen aan te nemen. Het was het begin van de veranderingen die later het Zundertse corso zouden gaan beheersen.

In 1948 kunnen we de oorsprong van corsobuurtschap Wernhout vinden.

Enkele weken voor het corso werd een vergadering belegd in een café in Wernhout. Uit alle aanwezigen werden de volgende personen gekozen om zitting te nemen in het bestuur; Jac Hereijgers (voorzitter), Theo Kouters (afgevaardigde naar het Oranje-Comité), Frans Daems (lid), Willem Hereijgers (lid), Harry van Rijkevorsel (lid) P. van Iersel (lid) en enkele anderen waarvan wij de naam niet hebben kunnen achterhalen.

Het corso van 1948 was voor Wernhout een corso met een winters tintje, met hun creatie ‘Sneeuwslee' mocht Wernhout de twintigste prijs in ontvangst nemen. ‘Sneeuwslee' was een wagen die werd getrokken door een paard. Vermoedelijk van de man rechts op deze foto dhr. Kees Verkooijen.

Dat het maken van een corsowagen binnen zo'n korte periode een moeilijk karwei was is al eerder te lezen geweest in het boek 40 Jaar Buurtschap Wernhout. In dat boek, dat uitgegeven werd ter ere van het veertigjarig bestaan van onze buurtschap, werd beschreven dat het aanvankelijk het plan was om op de wagen een geleende slede te plaatsen. Een probleem deed zich echter voor op het moment dat men de geleende slee op de wagen wou plaatsen. De geleende slee was namelijk van ijzer en niet van hout. Het gevolg was dat men een houten slee moest maken omdat er geen bloemen op de ijzeren slee bevestigd konden worden.

Zowel de wagen van 1948 als de wagen van 1949 werden gebouwd bij Willem Hereijgers, zittend bestuurslid van Buurtschap Wernhout. Willem Hereijgers was woonachtig aan de Diepstraat tegenover de basisschool en was destijds café-eigenaar. Hij was zó fanatiek dat hij tussen de middag niet thuis ging eten maar zijn brood thuis ophaalde om dan buiten bij de wagen te eten.

 

Dat het corso van 1948 bij de bouwers goed was bevallen kunnen we zien in het deelnemersveld van 1949. Wernhout verscheen dat corso namelijk met twee wagens en een groep aan de start.

Het ‘Wapen van Wernhout' bleek voor de buurt niet meer op te leveren dan een vijfentwintigste plaats. De wagen "Speeltuin" wist beter te scoren, twaalfde was hun deel. Een wagen die met zijn beweging zeker niet onaardig was. De draaimolen, zweefmolen en schommel ze hadden het allemaal bewegend gemaakt.

We weten dat de man geheel rechts op de foto zittend op de wagen, waarschijnlijk de eigenaar van de paarden, Frans Backx was.

De ongeveer 25 dames tellende ‘Benelux-groep' eindigde op een tweede plaats. Achter ‘Tour de France' van Buurtschap Klein Zundert. Opmerkelijk is dat dit de enige groep is waarmee Buurtschap Wernhout ooit aan het corso heeft deelgenomen, nog opmerkelijker is dat er bij deze groep geen gebruik was gemaakt van dahlia's of andere soorten bloemen. We weten dat de enige verbintenis tussen groep en titel te vinden was op de banden rond het middel van de dames. Hierop stonden namelijk de 3 vlaggen van de Benelux afgebeeld. Van de volgende personen weten we zeker dat deze in deze groep zaten; Cor Nouws, Riet Marijnissen, Nel Jorissen, To Damen, Riet Damen, Lies Hereijgers, Nel Reniers en Ad Hereijgers.

 

Van de bouw van de wagen ‘Sprookje uit Sinaasappelland', uit 1950 weten we dat die wagen gebouwd is bij Willem Hereijgers aan de Diepstraat.

De figuranten op deze wagen waren: Cor Dams, Addy hereijgers en Marie van Nederkassel, de kleding van de dames werd gehuurd in Antwerpen, naam en plaats zijn niet bekend. Wel weten we dat er in die tijd vaker op dit adres figurantenkleding gehuurd werd.

Dat het bedenken van een wagen in die tijd al bijna even moeilijk was als nu, kunnen we zien als we de wagens uit 1950, 1951 en voornamelijk 1952 met elkaar vergelijken. Beide wagens zijn namelijk op een wagen uit Pasadena (Amerika) gebaseerd, het ontwerp werd aangedragen door Jan van Nederkassel die het via een zakenrelatie van zijn bedrijf, Hereijgers-Damen Boomkwekerijen uit Californië had verkregen.

 

Zo weten we ook van deze wagen dat dit de eerste wagen was waarop ze gips gemengd met zaagmeel gebruikten. Dit mengsel gebruikten ze om driedimensionale ronde vormen te maken. Het gips werd met zaagmeel gemengd om het barsten van het gips te voorkomen als de bloemen er met spijkers opgetikt werden. Dit was (vooral in de eerste jaren) een van de hoofd materialen.

‘Sprookje uit Sinaasappelland' eindigde in 1950 op een zesde plaats met maar 22 punten minder dan het winnende Buurtschap Klein-Zundert. Het was voor Wernhout de eerste wagen waaronder geduwd werd, een principe waar ze nooit meer mee gestopt zijn.

De 3 peilers onder Buurtschap Wernhout in deze periode waren, respectievelijk: Chr. Schouwenaars, J. Breugelmans en J. Schrauwen, allemaal timmerman van beroep.

 

1950 was ook het jaar dat initiatiefnemer, Pieter van Ginneken overleed. Zijn functie van voorzitter van het Oranje-Comité  werd overgenomen door Burgemeester Manders. Hij voerde deze functie uit tot en met zijn aftreden als burgemeester in 1966.

Nog een verandering die in 1950 werd doorgezet was het tentoonstellen van de wagens op het veilingterrein aan de Molenstraat. Dit was op zich al een unieke gebeurtenis want het was gebruikelijk dat de bouwers van de wagen hun wagen mee terugnamen naar hun eigen buurt om hem daar tentoon te stellen. Dit terrein is nu, 48 jaar later nog steeds in gebruik.

 

De oorsprong van het jeugdcorso vinden we in 1951. Met zijn 41 deelnemertjes een doorslaand succes. Het jeugdcorso is dan ook logischer wijs gehandhaafd gebleven tot op de dag van vandaag.

Nog zo'n unieke gebeurtenis die we nog steeds kennen is het uitreiken van een vaandel aan de winnende buurtschap. Dit werd tot 1958 zelfs versterkt door het toekennen van een wimpel aan de buurtschap die voor de tweede keer de eerste prijs behaalde. De vaandels die Wernhout kreeg voor de wagens die ooit eerst reden kunt u later in dit boek op foto terugzien.

Niet alleen voor het corso maar ook voor Wernhout was 1951 om niet te vergeten. Met de creatie ‘Meisjes zijn als Melodieën' behaalde ze voor de eerste keer een prijs in de top 3 met een corsowagen. Deze wagen eindigde namelijk op een tweede plaats , 46 punten van de winnaar, Buurtschap Poteind.

Om de financiën in een corsojaar rond te krijgen had de buurtschap drie steunpilaren. Zo kreeg de buurtschap een straat in Zundert toegewezen waarvan zij zelf de uitbating mochten organiseren. Daarnaast was er natuurlijk het prijzengeld dat in deze periode voor een eerste prijs rond de fl 3500,- op heeft moeten leveren. En dan was er natuurlijk de vrijwillige bijdrage nog.

 

1952 is de boeken ingegaan als het grootste corso dat ooit rondgereden heeft. Met in het totaal maar liefst 34 corsowagens en 10 groepen.

Opmerkelijk bij '52 is dat er een tweedeling binnen de wagens ontstond. Vanwege het grote aantal deelnemers was jureren bijna niet meer mogelijk. De organisatie besloot dan ook om 2 categorieën in te voeren. Een voor wagens onder de twintig vierkante meter en een voor wagens boven de twintig vierkante meter. Deze tweedeling heeft bestaan tot 1955.

De volgorde werd hiermee ook bepaald. Als eerste kwamen de groepen, als tweede de wagens onder de 20 vierkante meter. En als laatste reden de wagens van boven de 20 vierkante meter.

‘Zonnebloemen' van Buurtschap Wernhout werd ingedeeld bij de wagens boven de twintig vierkante meter en kreeg als startnummer 41 mee.

 

In 1953 was Wernhout één van de 3 buurtschappen die een wagen bouwden gebaseerd op de watersnood van datzelfde jaar. Dat de watersnood niet het origineelst gekozen onderwerp was bleek wel uit de jurering van de wagen. Een veertiende plaats was ons deel. De enige die het geluk ten deel kreeg om als figurant op de wagen te mogen plaatsnemen was Leon Marijnissen.

De ontwerpen in de periode van 1952 tot en met 1960 waren afkomstig van de hand van Kees van Rossum. Van voor deze periode is niet bekend wie de ontwerper was van de wagen. Niet geheel onbegrijpelijk natuurlijk, het ontwerp bleef afgekeken van een corso uit Amerika. Een echte 'ontwerper' was er dus niet te achterhalen.

De (hoofd)wagens van 1953 en 1954 werden gebouwd bij de brouwerij van de gebroeders van Hooydonk aan de Wernhoutseweg. Dit ter hoogte van waar nu de winkel van Nouws is. De kelders van de brouwerij werden gedurende de bouw natuurlijk ook wel eens met een 'rondleiding' vereerd.

 

1954 Was het jaar dat Wernhout voor de eerste maal op het podium mocht komen om de eerste prijs in ontvangst te nemen. Met de wagen ‘Zoals de Ouden zongen, piepen de Jongen" werd in de categorie beneden de twintig vierkante meter deelgenomen. Het eerste erevaandel mochten we in ontvangst nemen. Of het ontwerp van Kees van Rossum afkomstig was is niet zeker, andere bronnen geven namelijk aan dat Gerrit Leijten ontwerper zou zijn geweest van deze wagen.

De wagen die meedeed in de categorie beneden de twintig vierkante meter werd gebouwd naast het café van Leen Frijters (waar nu de familie Pluim woont) aan de Wernhoutseweg. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze wagen voor het merendeel gebouwd werd door mensen die aan de Wernhoutseweg woonden.

In de categorie van boven de twintig vierkante meter werd deel genomen met de wagen ‘Welkom', wel naar een ontwerp van Kees van Rossum. Deze wagen zou voor Wernhout niet meer opleveren dan een eenentwintigste plaats. In 1954 had Wernhout dus twee bouwplaatsen.

Ergens in de periode tussen '53 en '59 is het voorzitterschap overgenomen door Kees van Rossum, die het kreeg van Theo Kouters, diens schoonbroer.

 

1955 was het corso dat de categorieën van boven en beneden de twintig vierkante meter werden afgeschaft. Buurtschap Wernhout maakte een wagen die de ‘Lente in Holland' moest uitbeelden. Hoger dan een tiende prijs zat er niet in.

Opmerkelijk bij dit corso is dat er een in totaal 121.884 betalende bezoekers zijn geregistreerd op corsozondag en corsomaandag. Aan belangstelling voor het corso geen gebrek dus. De wagen werd gebouwd bij Thijs Roks die inmiddels het café van Leen Frijters had overgenomen, deze bouwplaats zou worden gehandhaafd tot 1960. Met de bouw van de wagen werd ongeveer 5 weken voor het corso gestart. De bouw was in een zelfgebouwde corsotent. Een regelmatig cafébezoek was tijdens de bouw natuurlijk niet te voorkomen. Dat toch zeker gezien de locatie van de tent.

 

In 1956 besloot het Oranje-Comité ook nog de categorie van groepen af te schaffen. Daarbuiten besloten ze ook de afmetingen van de corsowagens aan banden te leggen. Een corsowagen die op de eerste zondag in september mee wou rijden moest minimaal 60 vierkante meter groot zijn. De wagen mocht daarbij de maximale afmetingen van 4 meter breed bij 5,9 meter hoog niet overschrijden of men zette diskwalificatie op het spel.

Een andere noviteit in het Zundertse corso was het uitschrijven van een fotowedstrijd. Met niet minder dan 85 ingezonden foto's noemde de organisatie het een “doorslaand succes”.

De Wernhoutse ‘Morgenstond heeft goud in de mond' kon de buurt niet meer brengen dan een achttiende prijs.

Van het bestuur weten we dat het voorzitterschap ondertussen was overgenomen door dhr. Chr. Schouwenaars. Van de verdere bestuursinrichting is niets tot weinig bekend.

 

Voor het corso van 1957 trachtte Wernhout een pittoresk plaatje te schetsen met als titel; ‘Ontspanning na arbeid'. Gezien de moeilijke vormgeven van kleinere figuren was het nog steeds niet mogelijk om van figuratie af te stappen. Een twaalfde prijs was het oordeel van de jury.

Veel corsonieuwigheden kwamen er niet uit Zundert, wel waren er dat jaar televisiebeelden gemaakt die kort na corso werden uitgezonden. Het corso van 1957 trok iets minder dan 100.000 bezoekers. Dit aantal zou na een kleine dip in 1958 door stijgen naar iets meer dan 105.000.

 


 

1958 Odysseus ontsnapt aan de cycloop

1958 Liebestraum (liszt)

1959 De sprong in de ruimte

1959 Uit het kinderpark van President Nehroe

1960 Symbool van de Vrede

1961 Een kindertuin van sprookjes

1962 Sterren stralen overal

1963 Sluimerende schoonheid

1964 Lied van Japan

1965 Schatten van Toetanchamon

1966 Kroning van Cleopatra tot koningin van Egypte

1967 Mes Dames Butterfly


2e periode 1958 – 1967

De volgende periode uit het bestaan van Buurtschap Wernhout staat in de boeken vermeld als zijnde de jaren waarin geëxperimenteerd werd met diverse nieuwe bouwmaterialen. Dit resulteerde onder andere in wagens met vernieuwende elementen, waarvan Buurtschap Wernhout de primeur had. Het beste voorbeeld hiervan is de wagen uit 1967, ‘Mes Dames Butterfly' van de hand van Henk Brugman. De voorstelling van vlinders met geheel opengewerkte vleugels was uniek te noemen in het toenmalige corso.

 

Na een aantal jaren maar één wagen gebouwd te hebben werden er in 1958 weer twee gebouwd, namelijk ‘Liebestraum (Liszt), die een negende prijs behaalde, en ‘Odysseus ontsnapt aan de Cycloop', die een zevenentwintigste prijs behaalde. Ondanks het grote verschil in prijs kenden ze wel dezelfde ontwerper, namelijk Kees van Rossum.

Deze wagens werden gebouwd naast het café van Thijs Roks. Dat café deed in die tijd ook gelijk dienst als clublokaal voor vergaderingen en om ‘s avonds na het bouwen gezellig iets te drinken.

 

In 1959 stonden voor Buurtschap Wernhout wederom twee wagens aan de start: ‘De Sprong in de Ruimte' en ‘Uit het Kinderpark van President Nehroe'. Deze wagens werden beide ontworpen door Kees van Rossum en behaalden respectievelijk de tiende en eenentwintigste prijs.

Bij het buitenrijden van ‘Uit het Kinderpark van President Nehroe' kwam de vraag:”Is deze wagen niet twee weken te vroeg klaar?” Dit naar aanleiding van het kleine formaat wagen en het twee weken later te houden jeugdcorso.

 

In de jaren '60 begonnen de wagens grotere afmetingen aan te nemen. De wagens werden voornamelijk door enkele oudere buurtgenoten gebouwd, de jeugd had weinig in te brengen. De groeiende afmetingen misten hun effect op het corso niet. De kleinere buurtschappen zoals ‘Ter-Eijck' konden het niet meer bolwerken om dit formaat wagens te bouwen en nadat nog geprobeerd werd om samen met andere kleinere buurtschappen samen te werken, moesten ze uiteindelijk toch de ‘pijp aan Maarten' geven. Dit betekende dat er steeds minder buurtschappen aan het corso deelnamen. Deze selectieve werking heeft lang voortgeduurd, totdat het huidige aantal buurtschappen werd bereikt.

 

In 1960 werd voor het eerst gebouwd naast de oude brouwerij van de gebroeders Van Hooijdonk aan de Wernhoutseweg, tegenover de huidige winkel van Nouws. De wagen: ‘Symbool van Vrede', werd wederom ontworpen door Kees van Rossum en behaalde de twintigste prijs.

De veren van de indianentooi werden in eerste instantie door Leon Jorissen van gips gemaakt. Dat dit materiaal niet het geschikte was bleek toen de veren door hun eigen gewicht afbraken. Op aanraden van Henk Brugman werd voor een ander materiaal gekozen, namelijk koperen buis. Deze waren qua stevigheid veel beter dan gips. Het probleem van het bevestigen van de bloemen wat toen ontstond, werd ondervangen met juten zakken. Deze werden rond de buizen gewikkeld en daarop werden de bloemen gestoken.

 

Buurtschap Wernhout gaf in 1961 zijn vertrouwen aan een nieuwe ontwerper met de naam Henk Brugman. Deze had nog maar één jaar ervaring in corsobouwen, maar was het jaar daarvoor al wel met de oplossing voor het probleem met de indianenveren aan komen dragen. De keuze van het bestuur voor het ontwerp ‘Een Kindertuin van Sprookjes' bleek geen al te slechte, want Buurtschap Wernhout steeg zeven plaatsen ten opzichte van de voorgaande jaren en daalde neer op de dertiende plaats.

Op deze wagen waren ook enkele figuranten aanwezig, waaronder Jan Brugman, als ‘De Gelaarsde Kat', en Stan van Dijk als ‘Hans' van ‘Hans en Grietje'.

Het idee achter het ontwerp had Henk Brugman opgedaan bij een corso in Californië. Henk Brugman kon zich in dat jaar ook verheugen over de vraag of hij in het bestuur zitting wilde nemen. Dit was het begin van een lange carrière.

De bouwplaats, de garage van de Fam. Verkooijen, had als nadeel dat de deur maar 4,5 meter hoog was en men hiermee bij het bouwen van de wagen rekening moet houden. De tijd die men destijds nodig had om een wagen te bouwen was slechts drie tot vier weken. Dit staat in schril contrast met de huidige twaalf tot dertien weken.

 

In 1962 verscheen er wederom een creatie van Henk Brugman, namelijk ‘Sterren stralen overal'. Buurtschap Wernhout behaalde met deze wagen een teleurstellende zeventiende prijs. De figuranten die deze wagen sierden waren onder andere Sus Verkooijen en Annie Brugman. De leiding van het bouwen van de wagen was in die tijd in handen van Harry Havermans, die dit vele jaren gedaan heeft. Henk Brugman was afgevaardigde naar het Oranje-Comité en moest dus van alles op de hoogte zijn. Dit tweetal heeft samen met Harry van den Homberg Wernhout in de jaren '60 gedragen, natuurlijk samen met al die andere vrijwilligers die Wernhout een warm hert toedroegen.

Met deze wagen kwamen voor het eerst de problemen met de bouwhoogte en de bouwplaats aan het licht, want de punten van de sterren konden pas buiten op de wagen gemonteerd worden omdat de wagen anders niet naar buiten kon.

 

Ook in 1963 nam Buurtschap Wernhout deel met een wagen van de hand van Henk Brugmam. De wagen ‘Sluimerende Schoonheid', met figuranten Tom Brugman en Ellie Kouters, behaalde een twaalfde prijs. De wagens rond deze tijd werden na het corso uit elkaar gehaald zodat de bouwmaterialen hergebruikt konden worden.

 

Stilaan werden de ontwerpen en dus ook de wagens van de hand van Henk Brugman beter. Met wagen ‘Lied van Japan' belandde Buurtschap Wernhout met een negende prijs voor het eerst sinds een aantal jaren weer in de top tien. Aan deze wagen moest veel worden gelast, iets wat eerst zelf geprobeerd werd met hulp van Jan de Meijer. Toen dit niet vlekkeloos verliep werd de firma Tornado uit Dordrecht ingeschakeld om een vijftigtal lantaarns te lassen met puntjes aan de buitenkant. Op deze puntjes werden in het tikweekend een vierhonderdtal pomponnetjes gestoken, dus niet de spijker in de bloem, maar de bloem op de spijker. Op deze wagen was voor het eerst het materiaal te vinden dat elke corsokunstenaar als een zegen beschouwd voor het maken van kleine details, namelijk tempex. Dit materiaal werd in het Zundertse corso geïntroduceerd door Henk Brugman, die dit gezien had in België waar het als bouwmateriaal gebruikt werd.

De achterzijde van de wagen werd gesierd door een bloemstuk van Japanse origine (Ikabama). De figuranten op deze wagen mochten zich tooien in originele Japanse kledij. Deze kledij was door iemand uit Japan meegebracht, eigenlijk voor zijn kinderen, maar de buurtschap mocht deze eenmalig gebruiken voor de figuratie. De wagen werd dus geheel in stijl door de Zundertse straten gereden.

 

In 1965 belandden we nogmaal in de top tien, al was het dit keer maar een tiende plaats. De wagen ‘De Schatten van Toetanchamon' werd geheel van een foto gemaakt. Deze foto was genomen bij opgravingen in Egypte waar een boot gevonden was.

Deze wagen eindigde dan maar op een tiende plaats, maar had toch een historisch onderwerp. Van historische onderwerpen is inmiddels bekend dat ze aan Buurtschap Wernhout wel besteed zijn. Denk maar eens aan ‘De List van Odysseus', ‘Napoleon', ‘De Wereld van Pan' en ga zo nog maar even door.

 

In 1966 belandde Buurtschap Wernhout eindelijk weer eens in de top tien met de wagen ‘Kroning van Cleopatra tot Koningin van Egypte'. Deze wagen belandde op de tweede plaats van het corso en was goed voor een ereprijs. Deze wagen werd gemaakt door slechts een tiental mensen, iets wat het publiek destijds niet kon geloven. Om tegenwoordig een plaatsje in de top tien te bemachtigen moet er een grotere groep achter staan.

De duwers kregen destijds nog betaald voor hun diensten, ze kregen namelijk een duwersloon van fl 5,- ,  iets wat tegenwoordig niet meer nodig is om genoeg duwers bij elkaar te krijgen.

De gemiddelde leeftijd van de bouwploeg lag in de jaren '60 een stuk hoger dan nu, dit kwam doordat de jeugd toen liever ‘s avonds een centje bij ging verdienen dan voor niets bij het corso te helpen.

 

In 1967 kende Buurtschap Wernhout een tegenvaller. Veel mensen vonden dat de wagen ‘Mes Dames Butterfly' een hogere prijs had verdiend dan de negende die men gekregen had. Speciaal was het feit dat de vleugels van de vlinders die op de wagen stonden waren opengewerkt, dat wil zeggen dat men door de vleugels heen kon kijken. Een ander materiaal wat nog niet zo lang gebruikt werd was kippengaas, waarmee toen al de mooiste vormen gemaakt konden worden.

De figurant op deze wagen was Marie-Louise van Tichelt. Dit was tevens de wagen waarmee Jan Wouters zijn debuut maakte als stuurman, iets wat hij 25 jaar gedaan heeft.

 


1968 Adoe Ajam

1969 Triton

1970 De Mexicaanse hypnose

1971 De list van Odysseus

1972 Hooggeeerd publiek, wij presenteren U 

1973 In naam van Oranje, doe open de poort

1974 Tapijtweefkunst

1975 Karnaval der dieren

1976 Boer, wat zeg je van kippen, Boer, wat zeg je van mijn haan

1977 De reis van de zonnegod


3e periode 1968 – 1977

In het derde decennium van het bestaan van Buurtschap Wernhout kun je de prijzen die gereden zijn alles behalve stabiel noemen. Er bevindt zich in deze periode het heuglijke feit van het rijden van de eerste prijs, maar ook de drie opeenvolgende zestiende plaatsen.

Voor het jaar 1968 werd een nieuwe ontwerper binnengehaald, en wel Henk Groenhuis, kunstacademicus met een opleiding aan de kunstacademie Sint Joost in Breda. Hij werd binnengehaald via Astrid de Wijs, een collega van Harry v/d Homberg. Astrid, onder andere ook een kennis van Henk Groenhuis, maakte hem er in de winter op attent dat er in Wernhout een ontwerper gezocht werd voor een corsowagen. Hierna kwam hij met een soort maquette van ‘de kip' zoals de wagen met de titel ‘Adoe Ajam' ook wel genoemd wordt. Dit zou de eerste kennismaking van Buurtschap Wernhout met het fenomeen maquette zijn, al blijken de meningen hierover verdeeld. Het was niet zo dat hij gelijk de voorkeur kreeg, want meestal waren er meerdere ontwerpen. Net als dat nu gebeurt koos het bestuur dan een ontwerp in samenwerking met een aantal bouwers. Enkele maanden later werd dan aan de wagen begonnen, die in dat jaar nog steeds in de garage van de Fam. Verkooijen, tegenwoordig zijn daar de brandweerkazerne van Zundert en Vezalux gevestigd, werd gebouwd. Het werd echter al wel duidelijk dat dit misschien wel niet meer lang zou duren, omdat Wernhout de maten van deze garage maar dan vooral van de deur die toegang gaf tot deze garage aan het ontgroeien was. Dit was ook de reden dat het bovenste stuk van de staart van de vogel er op is gezet toen de wagen op zondagmorgen naar buiten gereden was. Dat Wernhout met deze nieuwe ontwerper nog enige jaren vooruit kon bleek uit het feit dat men diezelfde zondagmiddag getrakteerd werd op een  gedeelde tweede plaats samen met Buurtschap Laarheide met een puntentotaal van 449 en daarmee slechts twaalf punten verwijderd van de eeuwige roem.  Toch kreeg men als waardering voor deze prestatie en de tweede prijs een gedenkpenning van de stad Antwerpen. Van jurylid Gerrit de Morree werd één van de mooiste complimenten ontvangen uit die jaren, hij merkte namelijk op dat de kraag van de vogel het mooiste detail was op een corsowagen dat hij tot dan toe had gezien.

 

De goede lijn werd in het jaar daarop in mindere mate voortgezet. Wederom was Henk Groenhuis de ontwerper voor Buurtschap Wernhout. Hij had voor dit jaar ‘Triton' meegebracht, een figuur uit de Griekse mythologie, waar hij wordt aangeduid als de zoon van Poseidon, de god van de zee. Triton leefde samen met zijn ouders in een gouden paleis in de diepte van de zee. Triton, een wezen dat voor de helft mens en voor de helft vis is, heeft een grote zeeschelp waarmee hij de golven kan sturen, want als hij hard blies op zijn schelp, die tevens als hoorn diende, dan kregen de vissersboten van de Griekse vissers zware storm en hoge golven te verduren, terwijl als hij rustig blies de golven ook rustig bleven.

Deze wagen was de eerste wagen van Buurtschap Wernhout die een geheel ijzeren constructie had. Volgens de overlevering is ook deze wagen, als laatste van een serie, nog gebouwd in de garage van Verkooijen, die eigenlijk geen verkeerde plek was, zo lekker dicht bij Zundert, maar helaas te klein geworden was. Het groter worden van de wagens ging onverminderd verder, want de afmetingen van de wagens waren inmiddels gestegen tot een lengte van een meter of 12, een breedte van ongeveer 3 meter en enkele meters hoog. Het was voornamelijk in deze hoogte dat de wagens zeer verschillend konden zijn, maar dit was sterk afhankelijk van het ontwerp. Door deze veranderingen in grootte is ook in deze jaren een zwaarder onderstel aangeschaft om veilig met de steeds zwaarder wordende wagens door de Zundertse straten te kunnen trekken. De prijs die deze wagen van de jury kreeg was de achtste, dus werderom een top tien plaats voor Wernhout, die nu met 6 top tien plaatsen op rij een topper in het Zundertse corso begon te worden.

 

Het was ook in deze jaren dat de bloemenhandel goed op gang kwam. Buurtschap Wernhout had in die jaren een oppervlakte van 50 are aan bloemenveld. Deze lagen in de loop van de jaren op verschillende plaatsen, namelijk op Ostaayen, aan de Moerse Baan, naast de schuur van Gommers aan de Grote Heistraat en naast de slachterij van Jef Schrauwen. De handel in bloemen was nog niet zo bloeiend als hij nu is,want er werd nog puur aan andere corso's geleverd. Er werd met name gehandeld met Loenhout, Wommelgem en Valkenswaard. De handel werd voor Buurtschap Wernhout met name waargenomen door Harry van den Homberg, die samen met zijn trouwe tekkel geregeld de bloemenvelden en eerder genoemde plaatsen afging, op zoek naar de gewenste bloemen voor het corso. Ook was de opkomst bij het plukken van deze bloemen lang niet zo groot, er werd meestal met 10 à 15 personen, het merendeel vrouwen, geplukt en er was ongeveer een halve dag nodig om al de bloemen te plukken.

 

Niet alleen het bloemenveld begon op te komen als belangrijke bron van inkomsten, maar ook het prijzengeld en de vastgestelde bijdrage van de buurtgenoten waren belangrijke en vooral noodzakelijke inkomsten voor het voortbestaan van Buurtschap Wernhout en het corso in het algemeen. Bij de uitkering van het prijzengeld ontstonden elk jaar weer opnieuw problemen omdat dit ten eerste niet in één keer werd uitbetaald en ten tweede berekend werd aan de hand van de oppervlakte van de wagen, dus per m2. Later is deze manier van uitkeren afgeschaft. De vastgestelde bijdrage was in het begin gesteld op fl 10,- per gezin en later op fl 15,-, maar meer geven mocht natuurlijk ook. Voor deze bijdrage kreeg men dan entreekaarten voor de optocht op zondag. Tegenwoordig is dit hele systeem afgeschaft en spreken we van een vrijwillige bijdrage, waarbij iedereen kan geven wat hij wil en het ook niets meer te maken heeft met het verkrijgen van entreekaarten.

 

Het kubisme en de techniek beginnen de kop op te steken in 1970. Met het ontwerp ‘Mexicaanse Hypnose', wederom van de hand van Henk Groenhuis gaat men ongeveer 6 weken voor het corso aan de slag. Men begint pas 6 weken van te voren, omdat dat de gemiddelde bouwperiode voor een corsowagen van die tijd was. De wagen bestaat uit 3 vogels, die zeer rechtlijnig en kubistisch zijn opgebouwd. Tussen deze vogels door kronkelt een slang, om vervolgens met zijn kop iets voor de wagen uit te steken. Deze slang had nog een interessant punt, dat was namelijk dat er in zijn ogen blauwe alarmlichten gemonteerd waren, die een angstaanjagend licht verspreidden, terwijl deze slang met zijn kop bewoog. Verder konden de drie vogels op de wagen tot op zekere hoogte rond hun lengteas draaien, zodat continu een andere samenstelling ontstond. Deze wagen werd als eerste wagen gebouwd in de garage van Van Elsacker in de Oude Baan.

De hypnose miste zijn uitwerking op de jury zeker niet, want Wernhout behaalde met deze wagen maar liefst 728 punten en eindigde daarmee op de tweede plaats, 16 punten achter ‘Persiflage Nautilus' van Buurtschap Veldstraat. Men kreeg hiervoor de tweede legpenning van Z.E. de Minister van Economische Zaken in de geschiedenis van Wernhout. De eerste werd behaald in 1966.

Ook in 1970 had de winkeliersvereniging in Almelo het idee opgevat om een viertal corsowagens uit Zundert tentoon te stellen in de binnenstad van Almelo. Zij zouden deze wagens als het ware kopen, met de voorwaarde dat alle bruikbare bouwmaterialen en de onderstellen terug zouden worden gegeven aan de Zundertse buurtschappen. De wagens die voor dit plan werden uitgezocht waren: ‘Mexicaanse Hypnose' van Buurtschap Wernhout, ‘Kinderfantasie' van Buurtschap Laarheide,'Hartentroef' van Buurtschap ‘t Stuk en ‘Spaanse Bekoorlijkheid' van Buurtschap Helpt Elkander. Deze wagens zouden na het corso naar Breda gebracht worden, en daar ingescheept worden op een binnenvaartschip om vervolgens naar Almelo te vertrekken.

Het bleek dat de winkeliersvereniging zich enigszins verrekend had, want er was totaal geen animo ter plaatse om de wagens opnieuw in de bloemen te zetten omdat men het tikken van bloemen een raar fenomeen vond. Hierdoor kwam het tikken voor het grootste gedeelte aan op de uit Zundert afgevaardigde mensen van de desbetreffende buurtschappen. 4 Dagen en een hoop ellende verder bleek dat van de wagen van Wernhout slechts 1 van de drie vogels in de bloemen stond.

Helaas was de ellende hiermee nog niet afgelopen, want de beloofde bouwmaterialen, die terug zouden komen, kwamen niet terug. Buurtschap Wernhout levert bij het Oranje Comité een schadeclaim in van fl 600,- , voor dekking van de kosten van het niet teruggekeerde hout. Dit bedrag werd overigens na veel gedoe toch overgemaakt aan de penningmeester.

 

Dan zijn we nu aangeland bij het absolute topjaar van Buurtschap Wernhout in de zestiger en zeventiger jaren, want in dit jaar werd door Wernhout voor de tweede maal in de geschiedenis de eerste prijs behaald. En was de vorige met ‘Zoals de Ouden zongen, piepen de Jongen' in 1954 nog een eerste prijs bij de kleine wagens (tot 20 m2), nu werd met ‘De List van Odyssues' voor de eerste maal de eerste prijs bij de grote wagens behaald, mede omdat het verschil in grootte maar 3 jaar heeft bestaan, namelijk in '52, '53 en '54. Bij de prijsuitreiking sprak Henk Brugman de inmiddels legedarisch geworden woorden:”Om eerste te worden, laten we een list verzinnen”, om vervolgens de erevlag en eremedaille van H.M. Koningin Juliana en Z.K.H. Prins Bernhard in ontvangst te nemen, alsmede het gedenkteken van Dagblad De Tijd. Maar voor het zover was moest de wagen eerst nog gebouwd worden, en dit gaf mede door het ronddraaien van de wielen onder het paard een aantal problemen met de techniek. Dit moest gaan gebeuren met een aantal bromfietskettingen die door middel van een constructie met het draaien van de wielen moesten meegaan en zodoende de wielen van het paard in beweging moesten zetten. Nadat dit probleem overwonnen was, was men zoals gewoonlijk in die jaren om ongeveer tien uur ‘s avonds klaar met tikken en kon de volgende morgen de tocht naar Zundert worden aangevangen.

Net zoals ‘Mexicaanse Hypnose' werd ook deze wagen bij de Fam. Van Elsacker in de Oude Baan gemaakt. Maar iedereen die de Oude Baan weleens van Wernhout naar Zundert heeft afgelegd zal ongetwijfeld weten dat er net voor het einde nog een flinke bocht in de weg zit, en daar hadden de toenmalige beslissers van Buurtschap Wernhout te weinig rekening mee gehouden. Het vorige jaar was deze bocht geen probleem geweest, maar nu stond het onderstel verder naar achteren en zweefden de zes soldaten aan de voorkant van de wagens boven het wegdek en had men problemen met de omhoog lopende bocht vooraan in de Oude Baan. Hiervoor moesten de voorste twee soldaten die op de wagen gemonteerd waren aan de onderkant een stuk ingekort worden.

Na het behalen van de eerste prijs door Wernhout heeft de jury toch wel enige kritiek over zich heen gehad, want volgens een aantal mensen was de wagen te vierkant, maar Buurtschap Wernhout trok zich hier niets van aan en ging op dezelfde voet verder met feesten.

 

Na de eerste prijs van 1971 waren de verwachtingen in 1972 natuurlijk hooggespannen, en omdat men ook toen al een ontwerper die een goede prijs had gereden al moeilijk op straat kon zetten, is ook het ontwerp van ‘Hooggeëerd Publiek, wij presenteren U' weer van Henk Groenhuis. Voor het bouwen van deze wagen is men verhuisd naar Louis van Tichelt die achter op zijn terrein ruimte beschikbaar stelde om de corsowagen van Buurtschap Wernhout te bouwen, dit is tevens ook het eerste jaar dat het nodig was om een tent te zetten. Deze tent was nog wel van hout maar de steiger die erin stond was reeds van een stalen constructie voorzien.

De wagen die gebouwd werd moest het tafereel van het voorstellen van een aantal circusartiesten uitbeeldden,en er werd gekozen om dit op een aantal trommels te laten gebeuren die ieder een andere act voorstelden. De olifant in het midden was wel het belangrijkste, en deze was ook in staat met zijn oren te klapperen, wat niet alleen in de optocht een leuk tafereel was. Het beweegbaar zijn van de oren had nog een belangrijk voordeel, namelijk dat men ervoor kon zorgen dat de oren op weg naar Zundert naar binnen geklapt stonden, zodat men ongehinderd tussen de bomen op de Wernhoutseweg door kon. Die bomen begonnen eigenlijk toen pas echt een probleem te vormen omdat men ging bouwen in het dorp zelf.

In dit jaar werden al de eerste tekenen opgevangen, dat een aantal mensen ontevreden waren. Dit zou een aantal jaren later bijna de ondergang van Buurtschap Wernhout betekenen.

Toch werd de wagen van dit jaar door de jury nog goed gewaardeerd en eindigde derhalve op een zesde plaats. Wernhout ontving hiervoor de eerste boomkwekersprijs.

 

1973 Is het jaar van het 25-jarig jubileum van H.M. Koningin Juliana als koningin van Het Koninkrijk der Nederlanden. Ter ere van deze gelegenheid werden de corsobuurtschappen gevraagd om een wagen te maken die op enige manier verband hield met het Nederlandse koningshuis.

Bij Buurtschap Wernhout reageerde men posititef op deze vraag en maakte men voor deze gelegenheid: 'In Naam van Oranje doe open de Poort', wederom een ontwerp van Henk Groenhuis. Dit leverde de buurtschap fl 250,- op, de premie die stond op het positief reageren op de vraag. Zodoende reden er 6 Oranjewagens mee in de optocht. De wagen van dit jaar moet de bevrijding van Den Briel voorstellen. Deze stad werd in 1572 ingenomen door de Watergeuzen en zodoende bevrijd van de Spaanse heerschappij van de Koning Filips en de Hertog van Alva, die overigens ook achterop de wagen te zien is. In Den Briel wordt deze overname nog elk jaar nagespeeld door een aantal amateuracteurs. Deze mensen werden door Buurtschap Wernhout gevraagd om hun kunsten ook eenmalig in Zundert te komen vertonen op de 1e zondag van september. Zij waren bereid dit te doen, zodat er rondom de wagen van Wernhout een aantal figuranten liepen die niet uit Zundert zelf afkomstig waren. Dit leverde een reactie op van de andere buurtschappen, die vonden dat het niet kon dat mensen van buiten Zundert als figurant optraden. Dit was niet het grootste probleem, want dat kwam op maandag, toen bleek dat er helemaal geen figuratie meer was op de wagen van Wernhout. Dit was overigens niet de schuld van Buurtschap Wernhout, want de mensen uit Den Briel wilden best op zondag meelopen, maar op maandag moesten een aantal weer gewoon gaan werken, want in Zundert staat de tijd wel een paar dagen stil, maar in de rest van de wereld gaat deze gewoon door.

De juryleden waren het niet met deze kritiek eens, want Buurtschap Wernhout behaalde in dit jaar de derde prijs.

Er was toch nog een naar moment in deze corsoperiode, of beter gezegd net erna, want bij het afbreken van de tent, wat toendertijd nog voor de optocht plaats vond, kreeg Harrie Havermans een steigerbuis op zijn rug. Harrie Havermans, de man die altijd wees op de veiligheid was binnenin de tent bezig iets op te ruimen toen er van boven in tent een buis naar beneden kwam. Hij zag hem niet aankomen en kreeg hem op zijn rug. Hij moest naar de dokter en mocht ‘s middags alleen maar zitten van de dokter. Harry van den Homberg heeft toen zijn tribuneplaats afgestaan aan Harry Havermans. Dit voorval gebeurde overigens bij Jan Deckers (Café de Valk) achter op het terrein, want Buurtschap Wernhout was wederom van bouwplaats veranderd.

De bouwgroep van dit jaar was weer geslonken en het ging nog moeizamer om alles voor elkaar te krijgen.

 

Vanaf 1974 zijn de topjaren in deze periode definitief voorbij. De wagen ‘Tapijtweefkunst' is opnieuw een ontwerp van Henk Groenhuis bij Buurtschap Wernhout. Deze wagen werd opnieuw op een andere plaats gebouwd, namelijk in de schuur van Jan Gommers (tegenwoordig Piet Gommers). Voor deze schuur had men nog een stuk tent gezet. Men vroeg zich van tevoren af of men nog wel een wagen moest bouwen, omdat de animo wel zo klein was. Tevens wist men heel goed dat als men toen was gestopt,  het ontzettend moeilijk zou zijn om ooit nog terug te keren in het Zundertse corso.

Henk Brugman heeft als extra hulp Harrie Havermans nog voor een jaar gevraagd mee te helpen, terijl Harrie er al over dacht te stoppen.

Isaak Oudgenoegen had nog wel vertrouwen in de buurtschap en beloofde de buurtschap een flinke som geld als ze een davidster op één van de tapijten zouden willen tikken. Deze davidster was namelijk het logo van zijn bedrijf en dit zou dus reclame zijn. Aangezien reclame op de corsowagens verboden was liep Buurtschap Wernhout kans gediskwalificeerd te worden als men dit idee ten uitvoer bracht. Het idee werd dus op het laatste moment afgeblazen.

De wagen moest, toen hij door Zundert reed, liggend bestuurd worden door Jan Wouters. Deze tocht door Zundert leverde echter niet veel op. De achttiende en voorlaatste prijs werd aan Wernhout uitgedeeld en dat is één van de minste resultaten ooit.

 

In het najaar van 1974, om precies te zijn in november werd in heel Wernhout een enquete rondgestuurd om te kijken of er nog animo was om in Wernhout een corsowagen te bouwen. De reacties op papier aan de hand van deze enquete waren redelijk, men kreeg 106 exemplaren terug, de dadendrang van de meeste van deze mensen was echter iets minder. Ook werd een poging ondernomen om een vastgesteld bedrag te krijgen als een soort contributie van de buurtgenoten, maar omdat de meningen hier sterk over uiteenliepen is dit voorstel verworpen en kon iedereen geven wat hij wou. Dit het systeem wat tot op de dag van vandaag goed werkt en de buurtschap veel geld oplevert.

Een ander punt van de enquete was het buurtfeest. Dat leverde in die jaren nogal wat problemen op omdat er toen nog twee feesten waren. Eerst was er voor de vaste medewerkers een werkersfeest en hierop volgde dan enkele weken later nog een feest voor de gehele buurt. Dit vonden de meeste mensen geen goed idee, dus werd het voortaan één feest, waarbij de vaste medewerkers van te voren een maaltijd aangeboden kregen. Nu is dat feest ook nog gecombineerd met het feest van het Wielercomité van Wernhout.

 

Op de jaarvergadering die op het corsojaar 1974 volgde moest vervolgens een nieuw bestuur gekozen worden, want de situatie met het oude bestuur was niet bijzonder goed. Ze hadden de jaren van te voren veel kritiek gekregen op het beleid, en er waren een aantal bestuurleden die dit zich erg aantrokken. Er waren ook een aantal bestuursleden die om persoonlijke redenen met het corso moesten stoppen. Het bestuur wat toen gekozen werd zag er als volgt uit:

Dré van Nispen (Voorzitter), Vick van Rijkevorsel (Secretaris), Henk van Dorst (Penningmeester), Piet Jacobs, Frans Schrauwen, Kees Sprenkels en dhr. Verstraeten.

 

Voor het jaar 1975 werd een medewerker van Buurtschap Wernhout als ontwerper aangewezen, namelijk Ad Vromans. ‘Carnaval der Dieren' zou zijn eerste en tevens zijn laatste ontwerp zijn. Dit had waarschijnlijk te maken met de tegenvallende prijs die dat jaar behaald werd. De zestiende prijs viel Buurtschap Wernhout ten deel. Toch was er met het bestuur en een aantal jeugdige mensen hard gewerkt aan deze wagen, en ook de techniek was weer aanwezig. De leeuw die halverwege achter de trommel zat, bespeelde ditzelfde instrument ook. De bouwplaats was één van de dingen die dit jaar eindelijk eens stabiel was, het was namelijk nog steeds de schuur van Gommers met daarvoor een stuk tent. De bovenste delen van deze wagen zijn er uiteraard op zondagmorgen buiten opgezet, omdat ook deze schuur niet hoog genoeg was om de wagen onder de deuropening door naar buiten te rijden.

 

We kunnen het middelste gedeelte van de jaren '70 op verschillende manieren uitdrukken. We kunne ze sukkeljaren noemen, omdat er geen indrukwekkende wagens werden gebouwd en men onder in de rangschikking bleef hangen. En de rangschikking op corsozondag is ondanks alle gezelligheid toch nog altijd zeer belangrijk voor de voortgang van een buurtschap. Men zou ze achteraf gezien misschien ook de overgangsjaren kunnen noemen, want tussen de goede periode van begin jaren '70 en de heerschappij van de jaren '80 zit deze periode opgesloten waarin alles weer op de rails moest worden gezet nadat het vorige bestuur er mee opgehouden was. Maar hoe we deze periode ook noemen, we mogen nooit vergeten dat zonder de mensen die de zaak toen draaiende hebben gehouden er nu geen jubileumboek was geweest en ook nooit was gekomen. Ook hadden we nooit de successen uit de jaren '80 in onze herinnering gehad.

 

Het jaar 1976 was niet veel beter dan het voorgaande. Henk Goenhuis kwam weer terug in Wernhout om voor de laatste keer voor deze buurtschap te ontwerpen. Het ontwerp ‘Boer wat zeg je van mijn Kippen, Boer wat zeg je van mijn Haan' gooide echter niet zulke hoge ogen als eerdere ontwerpen van Henk Groenhuis. Met wederom een zestiende prijs was het wat de prijzen betreft ook dat jaar weer een mager jaar. De jury vond de kippen te vierkant, net zoals de rest van de wagen. Over dit jaar kan gezegd worden dat meedoen gewoon heel belangrijk was.

 

In 1977 werd weer iemand uit de eigen buurtschap als ontwerper aangenomen. Jan Zagers mocht proberen om Buurtschap Wernhout weer naar een hoger plan te tillen, maar ook hij slaagde er met ‘De Reis van de Zonnegod' niet in uit de onderste regionen weg te komen, sterker nog Wernhout behaalde voor het derde opeenvolgende jaar de zestiende prijs. Toch was iedereen van te voren nog vol goede moed begonnen in de schuur van Gommers. Piet Jacobs was voor een groot deel verantwoordelijk voor de constructie, maar het mocht allemaal niet baten. Ook de maaltijden van de Groko, die Buurtschap Wernhout met het tikweekend kreeg aangeboden hielpen niet. In datzelfde tikweekend begon het ook binnen het bestuur weer te rommelen. Een paar weken later barstte de bom en zat Buurtschap Wernhout weer aan de grond.

 


1978 Holly Hobbie, de lieveling van alle poppenmoedertjes

1979 De vlucht uit de vampierenwereld

1980 De Muppet Show

1981 n Angstige droom

1982 Prehistorie

1983 Napoleon

1984 De jacht achter de meute

1985 De wereld van Pan

1986 Het eeuwenoude marktleven

1987 Het machtige leger van Syrie


4e periode 1978 – 1987

De periode van 1978 tot en met 1987 begon in een jaar, waarin in het voorjaar nog helemaal niet vaststond of Buurtschap Wernhout op de eerste zondag in september wel met een wagen tevoorschijn zou komen. Enkele mensen wilden echter beslist doorgaan en er kwam een tijdperk waarin Wernhout zich naar de top vocht. Het kwam zo ver dat heel Zundert zei:”Wernhout zal dit jaar wel weer winnen!!” . In drie opeenvolgende jaren won Wernhout het corso. Een evenaring van het record!! Kortom: een periode waarin veel is gebeurd.

‘Kantje boord' in 1978

Een uitdrukking die wel eens gebruikt wordt om weer te geven dat het maar net goed ging. Deze uitdrukking kon dan ook zeker voor 1978 gebruikt worden.

In de winter bleek dat diverse bestuursleden moesten stoppen met hun functie omdat het werk van de baas niet langer te combineren viel met het corso. Er bleven toen maar drie personen over. Men besefte dat dit te weinig was om Buurtschap Wernhout overeind te houden. De slogan: ”als we maar mee kunnen doen” dreigde nu in het water te vallen. Daarop trok Kees Sprenkels (één van de drie) ten strijde als Don Quichot en schakelde het toenmalige Oranje-Comité in, met de vraag of zij eventueel een helpende hand zouden kunnen bieden. Er werd een avond belegd bij Louis van Tichelt. Dat het niet goed ging, bleek helaas wel uit het feit dat er op die avond maar 8 buurtgenoten kwamen. Maar de keuze leek heel simpel: opnieuw verder gaan met dit groepje of Buurtschap Wernhout zou niet meer meedoen met het corso. Vooral die gedachte deed de aanwezigen besluiten om de handen ineen te slaan en een nieuwe start te maken.

Er werd een werkgroep opgericht waarin de volgende personen zitting hadden: Nis Mutsters, Ton Knops, Kees Sprenkels, Kees Marijnissen, Loek Hereijgers, Frank Roks, Marcel Jacobs en Adrie Havermans. Nis Mutsters nam het voortouw, maar deed dit onder één voorwaarde: de jeugd moest weer toegelaten worden in de corsotent. Er moesten echter nog diverse moeilijke hindernissen genomen worden. Er was geen bloemenveld, geen ontwerp, geen onderstel en geen tent. Alle problemen werden opgelost. Via het Oranje-Comité kreeg Buurtschap Wernhout de bloemen toegespeeld die afkomstig waren van Broekhof in Lisse. Elly Snepvangers zorgde voor een ontwerp getiteld: ‘Holly Hobby, de Lieveling van alle Poppemoedertjes'. Voor het onderstel van deze corsowagen leende men een oud vrachtwagenonderstel van Mutsters Transport aan de Bredaseweg. En zoals men het zich kan herinneren werden de houten palen voor een tent geleend bij Jan van Bergen.

Ook kreeg Buurtschap Wernhout meteen een nieuwe bouwlocatie. De boerderij met grond van ‘Willem van Kobus Hereijgers' werd door de gemeente opgekocht om daar kerkdorp Wernhout uit te gaan breiden. Men mocht achter op het erf tegen de confectiefabriek “Wecofa” de tent in het zand wegzetten. Nis Mutsters kan zich nog goed herinneren dat hij op een bepaald moment met zijn vrachtwagen het erf kwam opgereden om bij de tent een vracht sloophout af te leveren. De  toenmalige bewoner was daar niet echt blij mee.

Tijdens de bouw kwam men nog voor een klein probleem te staan. Wie zou die katten gaan maken die voorop de wagen stonden? Ene Robert Ruijzenaars, die in die tijd zeer veel spijbelde om overdag in de Wernhoutse corsotent te kunnen zijn, bood zich aan en mocht het proberen, met de achterliggende gedachte dat er toch niks te verliezen viel.

Op de wagen kwamen 3 figuranten: Carina Marijnissen, Anita Mutsters en Lia Bouw. Zij gingen alle verkleed als Holly Hobby. In eerste instantie werden de huisvrouwtjes aangespoord om de kleding zelf te maken, maar het bleek dat de tijd hiervoor toch te gering was. De kleding werd uiteidelijk gehuurd bij een bedrijf nabij Nijmegen.

Een twaalfde prijs viel Wernhout ten deel. En dat was een hele vooruitgang aangezien de laatste jaren Wernhout zowat continu onderin de uitslag te vinden was. Uit de vertellingen blijkt heel duidelijk dat Ton Knops, die was meegegaan in de werkgroep, in die tijd een enorme teambouwer was.

Aangezien de tijd en het veld ontbrak, werd er weinig of niets ondernomen omtrent de dahliahandel.

 

In 1979 had Buurtschap Wernhout voor het eerst in de geschiedenis een ontwerpersduo, namelijk Robert Ruijzenaars en Jan Zagers. Robert had zich namelijk aangeboden een ontwerp te maken voor Buurtschap Wernhout. Dit aanbod werd meteen met beide handen aangegrepen. Er kwam alleen één probleempje om de hoek kijken. Op de tekening die Robert in eerste instantie gemaakt had werd de wagen maar liefst 9 meter breed. Daarop werd Jan Zagers ingeschakeld om het ontwerp tot normale proporties terug te brengen.

Op de wagen ‘Vlucht uit de Vampierenwereld' kwamen 2 grote torens met 2 levensgrote koppen van Dracula en Frankenstein. Deze moesten van tempex gemaakt worden. Robert zag maar één manier om hier aan te beginnen. Met een schop stukken tempex eraf steken. Toen de voorzitter op dat moment binnenkwam kreeg hij de schrik van zijn leven toen hij Robert zo bezig zag.

Tijdens het tikweekend brak nog een lichte paniek uit toen aan de achterkant van de wagen één van de hoofdbalken gebroken bleek te zijn. Met vereende krachten lukte het om de boel weer te herstellen.

Ook op deze wagen waren diverse figuranten te zien. De meest spraakmakende figurant bij Wernhout was Marcel Jacobs, die in een doodskist lag. Door diverse malen spontaan uit de doodskist op te springen wist hij vele toeschouwers letterlijk de stuipen op het lijf te jagen. Zo ook de burgemeester, die op maandag op het tentoonstellingsterrein bij de wagen van Wernhout stond te kijken. Aan de achterkant stond André Roks als gevangene van de vleermuis. Jolanda Mutsters en Anton Nouws  bemanden de koets die in de poort stond. Het was de laatste wagen waaronder Jan Wouters gestuurd heeft. Hierna is hij de wagen gaan rondpraten. Dit werd voordien nog gedaan door Piet Jacobs. De hinderlijke takken verwijderen gebeurde toen nog met een heftruck met een stapel pallets erop waar iemand op kon staan. De derde prijs was voor Buurtschap Wernhout. Dit werd gezien als een overwinning voor het nieuwe team, iets wat flink gevierd werd. De Wernhoutse corsobouwers waren voor hun gevoel eerste geworden.

De werkgroep van het jaar daarvoor werd op 15 augustus officieel omgezet in een stichting met de naam: ‘Stichting Bloemencorso Buurtschap Wernhout'. Het advies om dit te doen kwam van het Oranje-Comité uit Zundert. Bij een stichting zijn de bestuurleden namelijk niet meer hoofdelijk aansprakelijk.

Er werd een compleet nieuw dahliaveld aangelegd met eerstejaars knolletjes. Dit veld kwam te liggen in de nieuwbouwwijk tegen Johan van Dijck aan. Tegenwoordig ligt hier de Julianalaan. Aan de andere kant, op de nieuwbouwgrond tegen de Diepstraat, kreeg Buurtschap Helpt Elkander voor een paar jaar een bloemenveld.

 

In 1980 kwamen Robert Ruijzenaars en Jan Zagers wederom samen met een ontwerp. Dit was getiteld: 'De Muppet Show'. De stemming bij de 'nieuwe groep' zat er goed in. Aangezien men in die tijd nog geen video kende moest men elke keer naar de t.v. wanneer er een Muppetshow kwam.

Op een balkon kwamen twee figuranten te zitten, te weten Frans Mutsters en Anton Nouws. Deze moesten zich eigenlijk flink uitleven tijdens de optocht. Echter doordat ze zaterdagavond een beetje te diep in het glaasje gekeken hadden, zat er ‘s zondags totaal geen leven in. Ze hadden zelfs plastic zakjes mee naar boven genomen om eventueel te kunnen overgeven. Deze bleken in een mum van tijd vol gezeten te hebben. Doordat ze flink in de schmink zaten en er een lekker zonnetje aanwezig was konden ze ternauwernood aan een flauwte ontsnappen. Een negende prijs viel Buurtschap Wernhout ten deel. Het was tevens de eerste wagen die is rondgepraat door Jan Wouters. Het sturen van de wagen werd overgenomen door Peter van Elsacker.

 

In 1981 kwam Robert Ruijzenaars in samenwerking met Jan Zagers tevoorschijn met het ontwerp ‘Een angstige droom'. Figuranten waren Frank de Meijer, die als jongen regelmatig uit zijn nachtmerrie wakker schoot en de boel bij elkaar krijste, Kees Huijbrechts, die gevangen zat in een spinneweb en Jolanda Konings die vooraan op de wagen in een bed een angstige droom beleefde. Een angstige droom werd beloond met een zesde prijs.

De Tent was de laatste die opgebouwd werd uit houten palen en gestaan heeft op de plaats waar nu Julianalaan 2 en 4 zijn. Een storm had er voor gezorgd dat de tent aan de ene kant scheef was komen te staan. De tent stond met de voorkant tegen de Julianalaan aan, wat toen nog een bouwstraat was. In de week voor het corso kwam men erachter dat de noord/oost-kant van de tent een flink stuk scheef gezakt was, naar voren. Hierdoor dreigden diverse dakliggers uit de touwen te gaan schieten. Nis Mutsters, de toenmalige voorzitter zette toen een vrachtwagen weg op het huidige asfaltpleintje. Vanaf deze vrachtwagen werd een takel verbonden met de kop van de tent en zo werd de tent terug recht getrokken. Tot...ja tot dat de ketting met een geweldige klap brak en de tent nog verder terug scheef zakte dan hij al gestaan had!! Voor alle zekerheid werden de kinderen in dat jaar met het tikweekend uit de tent gehouden.

 

In 1982 gingen Robert Ruijzenaars en Jan Zagers met hun ontwerp ver de geschiedenis in met de titel: ‘Prehistorie'. Het spectaculaire van deze wagen zat hem achteraf in de twee grote prehistorische vogels die op het uiteinde van een steigerbuis als het ware boven de wagen zweefden. Alhoewel meningeen waarschuwde voor het gewicht, dacht men dat de steigerbuis het gewicht van de vogel wel kon houden. Mis dus!! Net voorbij de markt klapte de steigerbuis van één van de twee vogels dubbel. Hij vloog dus echt! Hij werd daarna onmiddellijk los gehaald. De andere vogel vloog, onbedoeld, vooraan in de Willem Pastoorstraat in een duikvlucht naar beneden. Deze kon er echter niet afgehaald worden, waardoor hij de rest van de optocht in een verkeerde houding mee moest . Voorlopig zou dit de laatste wagen zijn met figuranten. Figuranten: Kees Bouw, Manuela Domen, Jolanda Mutsters en Peter van de Wouw. De figuurtekeningen die op die wagen aanwezig waren mochten in die tijd alleen door ‘specialisten' getikt worden. Prehistorie werd beloond met een zevende prijs.

Wernhout ging een nieuwe uitdaging aan doordat de tent voor de eerste keer bestond uit steigerbuizen die men bij een faillissementsverkoop had kunnen kopen. Tevens werd dit de eerste wagen die men bouwde op de plek waar men nu nog steeds bouwt. De tent die ze toen hadden was aan de ene kant 6,5 meter en aan de andere kant 7,5 meter hoog. Deze wagen kon in zijn geheel binnen gebouwd worden. De steigerbouw in de tent was toen, in vergelijking met nu, provisorisch. Met een steiger van drie planken breed moest je je tevreden stellen. De afhang van de tent aan de kant van de Julianalaan bestond toen nog uit houten palen die men nog overhad uit vroeger tijden.

Het bloemenveld was inmiddels een stukje verhuist en kwam te liggen op de plaats waar nu de Julianalaan ligt, tegen het voetbalveld aan. Grootte ongeveer 80 are. De voornaamste soorten toen: Arabian Night, My Love, Golden Scepter, Peter en een klein beetje Tam Tam en Stolze von Berlin.

In het najaar kreeg Buurtschap Wernhout een flinke klap te verwerken toen het bericht kwam dat de kersverse, jonge secretaris Ton Knops in het buitenland was verongelukt. In verband met een speciale herdenkingsdienst voor Ton Knops werd het buurtfeest verzet.

 

In 1983 brachten Robert Ruijzenaars en Jan Zagers, naar achteraf bleek, een omwenteling teweeg . Het ontwerp van hun ‘Napoleon' zou op corsozondag beloond worden met een eerste prijs. Het was in het corso de eerste wagen die met poppen tevoorschijn kwam. Ook stonden er twee paarden op, die nog net niet omvielen. Ook dit maal verraste het gewicht van de bloemen. De Franse vlag die boven op het citadel stond moest geschoord worden. Hij werd geschoord met ijzerdraad. Achteraf bleek dit echter tempexsnijdraad te zijn.(wel een beetje duur om iets mee vast te zetten). De tekening aan de achterkant, waar Napoleon verslagen op een stoel zat, baarde veel opzien. Het is de eerste wagen die gestuurd werd door Hans Nouws.

Er werden enkele vernieuwingen doorgevoerd:

-Buurtschap Wernhout ging als eerste en enige eigen witte zeilen maken.

-De tempexsnijmachine deed zijn intrede. Een hele verademing voor Robert Ruijzenaars.

De kleine zendgemachtigde Ikon maakte een reportage over bloemencorso en bezocht in het tikweekend ook Wernhout.

Tijdens het tikweekend stak er een stevige zuidwesterstorm op en zaterdag overdag trok die zelfs een dakzeil in één keer compleet aan flarden. Toen zat de schrik er eventjes goed in.

Helaas konden enkele jongelui uit een naburige buurtschap de eerste prijs voor Buurtschap Wernhout niet echt waarderen en maaiden bij wijze van grap kort hierna met behulp van hun brommers bij Buurtschap Wernhout het halve dahliaveld plat. De nieuwbouw in Wernhout-Zuid was op dat moment niet meer dan het voorste gedeelte van de St. Janshof, toen nog Julianalaan geheten. Tussen het bloemenveld en de huizen lagen toen nog maïsvelden. In die jaren lag de opkomst met knollen rooien en planten tussen de 20 en 30 personen en werd meestal gedaan op de dag van het buurtfeest. Het begrip ‘loof korthouden' kenden ze blijkbaar nog niet goed. Sommige knollen verdwenen met bloem en al in de kuil.

Wernhout mocht in het voorjaar naar het gemeentehuis om het vaandel af te halen, waarbij Frans Konings als Napoleon verkleed ging. Stilletjes werd er op gewezen, dat zijn kostuum niet helemaal paste. Zijn gulp bleef open staan.

 

In 1984 kwam Robert Ruijzenaars, voor de laatste maal in samenwerking met Jan Zagers, tevoorschijn met het ontwerp ‘De Jacht achter de Meute'.

Door sommigen wordt deze wagen nog steeds aangehaald als ‘de Jacht achter de Neuten', naar de gezellige sfeer die er toen al hing.

Toen de tent er eenmaal met zeil en al stond dreigde een enorme storm ‘s middags flink roet in het eten te gooien. De tent stond er na deze storm zwaar gehavend bij en was zelfs in z'n geheel een stuk verzet en schot en scheef komen te staan. Alle bouwers vermoedden op dat moment dat er niets anders opzat dan de tent afbreken en opnieuw beginnen. Pietje Domen bracht op dat moment de oplossing. Hij ging met behulp van zijn tractor en een lange ketting staan op de plaatsen waar nu de woonhuizen Julianalaan 2 en 4 staan. Aan de kant van de Julianalaan werden de kantzeilen naar beneden gelaten en kon de operatie beginnen. Na een avondje met tractor en ketting stond de tent weer redelijk op zijn plaats. Er begon voor de eerste keer een kleine aanbouw te komen aan de oostkant van de tent. Dit geschiedde toen nog met oude houten tentpalen. Door een technisch mankement kwam de tent nog een keertje onder stroom te staan.

Men begon het verstevigen van de tempexdieren en poppen goed te leren. Je kon er bij wijze van spreken zonder pardon op gaan zitten.

Op zondagmorgen moest er nog een bak boven op de wagen gezet worden met behulp van de kraan van Jef de Meijer. Kees van den Buijs was met het bakje naar boven gegaan maar had, nadat hij de bodem had horen kraken, zich toch maar vastgehouden aan de takel. Een paar anderen durfden het aan om in dit bakje de weg naar Zundert te aan te vangen. De verwachtingen waren binnen Wernhout hoog gespannen. Echter eenmaal op het tentoonstellingsterrein aangekomen bleek al spoedig dat er een zware concurrent bij was: Helpt Elkander met ‘De boom van Jesse'. Een terechte tweede prijs mochten we in ontvangst nemen.

Kort voor het corso stopte Nis Mutsters als voorzitter en nam Kees van den Buijs als vice-voorzitter waar.

Men kwam er in dit jaar achter dat tempexlijm licht ontvlambaar is, zoals de verpakking het aangeeft. Tijdens het verstevigen van een paard, dat bestond uit twee aan elkaar gelijmde tempexblokken, viel er één lasvonkje naar beneden. Eén seconde later stond het paard lichterlaaie. Nuchtere omstanders wisten het tempexpaard, wat toevallig vlak bij de uit/ingang gelast werd, onmiddellijk naar buiten te trekken en het vuur te doven.

 Om het onkruid de baas te blijven werd besloten dat men iedere vrijdagavond naar het veld toe zou gaan om te hakken. Het was alleen wel lastig dat er iedere vrijdag iemand een fuif gaf. Zodoende kwam het onkruid al spoedig  hoger te staan dan de dahlia's. We kwamen voor de eerste keer aan de Wernhoutseweg te zitten met de dahlia's, op de grond van weduwe Nouws, schuin tegenover Autoschade van Hasselt. De knollen werden nog gewoon gekuild op de grond in Wernhout-Zuid. Voor het eerst werden er luchtkokers in de kuil gestopt.

 

In 1985 ontwierp Robert Ruijzenaars voor de eerste keer alleen , dit op verzoek van Jan Zagers. Zijn ontwerp: ‘De wereld van Pan'. De bouw van de wagen werd dat jaar getypeerd door rot sloophout. Het overdag aan de wagen werken als hobby deed stilletjes aan zijn intrede.

Er zat inmiddels een serieuze afhang aan beide zijde van de tent door middel van steigerbuizen. De wagen paste niet helemaal in de tent. Voor de kop van Pan moest een uitbouw gemaakt worden bovenop de tent.

We kregen er een bloemenveldje bij. De kuilhoek van Lodders Boomkwekerijen. Met het onkruid lukte het over het algemeen even goed als de voorgaande jaren. De dahlia's deden het dit jaar alles behalve goed. Het bleek dat Buurtschap Wernhout elders een grote hoeveelheid bloemen moest gaan kopen om de wagen vol te krijgen. Bij een dahliakweker in Lisse konden we op zaterdagmorgen om 6.30 uur de overpluk doen. Zodoende arriveerden de benodigde bloemen voor deze wagen pas zaterdagmiddag om ± 12.00 uur. Een heidens karwei kon toen beginnen. Al die kleine bloemetjes steken en tikken. Het waren namelijk bloemen ter grote van een kleine pompon. Doordat vele buurtgenoten hun verstand voor een paar uur op nul zetten en doorgingen was het probleem vlug opgelost. Vele vaste medewerkers hebben die nacht geen kans gekregen om naar bed te gaan.

‘s Avonds na het behalen van de eerste prijs was men deze pijn al vlug vergeten. We wonnen overigens met 1 punt verschil van de Raamberg. Het verschil van 1 punt is daarna nog diverse jaren op sportieve wijze bekeken door middel van een onderlinge voetbalwedstrijd. Veel timmerhout moest met de afbraak bewaard worden aangezien men financieel in het rood belandde.

 

In 1986 kwam Robert Ruijzenaars op een zeer aparte manier aan zijn ontwerp.

Achter de schermen had Robert Ruijzenaars namelijk besloten om een stapje terug te doen. Men had met een jonge gast afgesproken dat hij mocht ontwerpen bij Wernhout samen met Robert. Echter een dag voordat de deadline verstreken was om titels en bijbehorende teksten in te leveren werd Robert opgebeld vanuit het gemeentehuis met de vraag waar het ontwerp bleef. Toen Robert daar achter aan ging bleek dat die jongeman inmiddels had besloten om het toch maar niet te doen. Robert stond met zijn rug tegen de muur. Het was donderdagmorgen, men was bezig om de markt op te bouwen, toen hij naar het gemeentehuis ging om een ontwerp in te dienen. Op dat moment wist hij nog helemaal niets!! Toen Robert bij het gemeentehuis aankwam, kreeg hij ineens het idee om het marktleven te gaan uitbeelden. De titel: ‘Het eeuwenoude Marktleven', verzon hij ter plaatse evenals het stukje tekst wat in het programmaboekje moest komen. Nu had hij wel een titel met tekst, maar nog geen maquette. Hij heeft diverse maquettes gemaakt, die echter even vlug weer onder de slopershamer verdwenen. Tot  hij op een gegeven moment met iemand over de snelweg reed en in de verte een viaduct zag en ineens riep: “stop, ik weet het, even vlug een schetsje maken”. Een eerste prijs werd geboren.

Het was een wagen die voor de bouwers een makkie was om te bouwen maar voor Robert veel problemen opleverde. Hij moest maar liefst 56 poppen in elkaar knutselen waarbij zijn broer Kees ook flink meehielp. Ze werden allemaal naast de wagen in de bloemen gezet en daarna pas op de wagen vastgezet. De grote constructie boven, een brug, werd staande gehouden met 5 dubbele rechtopstaande balken. Het gereedschap wat tijdens de bouw in de tent bewaard moest worden paste letterlijk in één archiefkast.

In het voorjaar kwam men erachter dat de dahlia's in de kuil zo goed als rot waren. Alles wat nog enigszins op een goeie knol leek werd geplant. De stek begon in Wernhout zijn intrede te doen. Gehakt werd er tot op heden door ‘Jan en alleman'. Dus ook van de tentwerkers werd dit verwacht. De dahlia's stonden nog steeds op drie plaatsen: Wernhout-Zuid, Wernhoutseweg en kuilhoek Lodders Boomkwekerijen. Bij Lodders moesten alleen nog wel eerst de brandhopen van het overbodige bosplantsoen opgeruimd worden. Voor kenners geen probleem, wel voor degene die niet wisten waar wel en waar geen stekels aan zaten.

Toen de tent er goed en wel stond kwam er weer zo'n storm aan. De eigen dakzeilen waren allemaal gescheurd op de randen en moesten verwijderd worden. Hiervoor in de plaats kwamen weer de ouderwetse ‘Bingham-zeilen'. En alsof één zware storm per jaar niet voldoende is werd Zundert halverwege de bouw geteisterd door nog een zware storm. Buurtschap Wernhout was die dag, het was zondag, een dagje uit naar zee geweest. Onderweg terug hadden ze moeten stoppen voor de zware regenval en kwamen de eerste doemgedachten al naar boven. De tent van Wernhout was opnieuw in zijn geheel verzet en de dakzeilen wederom kapot gescheurd. De schade aan de tent viel mee, er moesten alleen alweer nieuwe dakzeilen op. Bij twee andere buurtschappen te weten Raamberg en Molenstraat lag de tent compleet in puin. Bij de Raamberg waren alle houten palen net boven de grond afgebroken en de tent van Molenstraat was één hoop verwrongen staal.

Het dahliaveld bij Lodders boomkwekerijen was door de storm ook half plat gewaaid met vele afgeknakte bossen. Dit gebeurde ongeveer vier weken voor het corso. Kees van den Buijs en Adrie Havermans kregen buiten hun eigen schuld om nog een flinke les in de bloemenhandel. Enkele weken voor corso was een zonderling uit Wommelgem toevallig door Wernhout gekomen en zag het bloemenveld aan de Wernhoutseweg en meldde zich aan de overkant bij Nis Mutsters. Deze stuurde hem door naar Kees van den Buijs. Hij bleek interesse te hebben in onze bloemen voor hun corso. Als tegenprestatie bleek hij zijn eigen bloemenveld ter beschikking te kunnen stellen aan ons corso. Adrie en Kees reisden af naar Wommelgem om ter plaatste het veld te bekijken en men kwam daar een prachtig veld tegen. Nadat men nogmaals de zekerheid kreeg dat dit veld aan niemand anders was toegezegd was de deal vlug gesloten. Een week voor het corso kwam er een zeer vervelende aap uit de mouw. Het bleek dat die zonderling altijd handel had gedaan met de voor ons op dat moment nog onbekende Van Reymenant. Deze hadden een kleine onenigheid gehad en ze waren met de gedachte uit elkaar gegaan dat ieder het veld nu zelf in handen had. Van Reymenant zei dit veld toe aan Buurtschap De Berk en de zonderling zei het veld toe aan Buurtschap Wernhout. Buurtschap De Berk, die op dat moment nog niet het fijne wist kwam op hoge poten naar Wernhout waar de betrokken personen niet aanwezig waren. Toen deze later verhaal hun gingen doen bij Buurtschap De Berk was de ontvangst niet bepaald hartelijk. De materialen vlogen hen tegemoet. Nadat van beide kanten uitleg was gedaan werden al spoedig weer de handen geschud.

Met de pluk op vrijdagmorgen  in het tikweekend bleek het aantal kisten flink tegen te vallen, net zoals overal in Zundert. Binnen een paar uur kwam de vraag naar boven of de wagen van Wernhout wel helemaal vol bloemen zou komen. Op zaterdag werden er zelfs begonia's aangehaald om het mogelijke tekort op te kunnen vangen. Nadat de begonia's gearriveerd waren bleek al spoedig dat er voldoende bloemen waren in Zundert maar dat de kleine overschotten pas laat in de nacht vrijgegeven zouden worden. Terwijl de wagen zondagmorgen de tent uitreed werden het laatste onderdeel, de bakkerskar, in de bloemen gezet. Daarna was er letterlijk geen enkele kist bloemen meer over!!

Voor het eerst moesten er in Zundert nog vele poppen op de wagen gezet worden. Dit geschiedde bij Lex Schröers (tegenwoordige brandweerkazerne). Men had hier alleen niet echt rekening mee gehouden waardoor de ondergrond niet meer dan één schrootplank dik was. Dit jaar kwam er voor de eerste keer een Mammoetkraan aan te pas onder leiding van Andre Wouters. Al met al lukte het allemaal wel.

Op dinsdag werd deze wagen afgebroken op het Antoon Juriënsplein. De gemeente zorgde voor de afvoer.

 

Ook deze maal, in 1987, kwam Robert Ruijzenaars, na achteraf bleek, met een topper tevoorschijn, getiteld: ‘Het Machtige Leger van Syrië'. In de lente bleek dat het ontwerp van Robert Ruijzenaars een beetje overeenkwam met het ontwerp van Louis Roovers voor Poteind: allebei oorlogsolifanten . Al vlug kwam het besluit van beide kanten dat er geen wijzigingen kwamen.

Vrijdagavond in het tikweekend deed men een zeer vervelende ontdekking. Het bleek dat er nog geen enkele pop was verstevigd van de tientalle die op de wagen zouden komen. Dit bleek doordat tijdens het volsteken met bloemen alles meteen afbrak. In de nacht van vrijdag op zaterdag waren Kees van den Buijs en Nico Vergauwen de hele nacht actief om de boel nog verstevigd te krijgen. De diverse poppen die tegen de morgen nog niet klaar waren werden achter de tent in een hoek verborgen en zouden het corso niet meemaken.

Remco Damen moest zo nodig donderdag voor het corso van de bovenste naar de onderste steiger vallen en zodoende het tikweekend missen. Op zondag liep hij met een pet op naast de wagen. Het verhaaltje ging dat de klep van de pet zo lang was dat zelfs zijn voeten in de schaduw stonden.

Diverse onderdelen moesten er zondagmorgen in Zundert nog opgezet worden met behulp van een Mammoetkraan. Ditmaal aan de oprit van Isidoor van Hasselt.. of zoals het in Wernhout beter bekend is ‘bij Pietje Domen'.  Het werd de eerste wagen die bij Pietje Domen voor de deur omdraaide om vervolgens achteruit naar Zundert te rijden om daar weer vooruit het tentoonstellingsterrein op te draaien. Nadat op zondagmorgen er ook bij deze wagen grote onderdelen op waren geplaatst rees in Zundert de vraag hoe we dat hadden kunnen klaren. Wederom werden we eerste en we stonden nu op gelijke voet met Buurtschap Klein-Zundert. Alleen was men bij het dagelijks bestuur van Bloemencorso Zundert blijkbaar vergeten dat we de wisselbeker van het jaar daarvoor hadden mogen houden. Zodoende was er op zondagmiddag geen wisselbeker beschikbaar. Wernhout won dat jaar met een record aan punten verschil ten opzichte van tweede plaats: 38 punten!

Van dat jaar heeft Andre Wouters een uitgebreide videoreportage gemaakt, iets wat toen nog vrij uniek was in Zundert.

Het dahliaveld in Wernhout-Zuid, via de gemeente, raakten we kwijt. Hiervoor kwam een dahliaveld aan de Oude Weimerstraat. Inmiddels werd het overgrote deel van het dahliaveld aangeplant met stek.

Kort nadat de tent klaar was werd er meteen flink gesproken over onze tent. Er hing een reclamevlag aan de tent. Dit werd door een andere buurtschap onmiddellijk aangekaart bij het toenmalige Oranje Comite. Het was immers een ongeschreven wet dat Bloemencorso Zundert commercieelvrij was. Vanaf dat moment werd deze ongeschreven wet anders. Sponsoring mocht, zolang het maar niet in de optocht zichtbaar was.

Op dinsdag werden diverse onderdelen er weer afgehaald om te kunnen dienen voor een carnavalsoptocht in Duitsland. Het was tevens de laatste wagen die op het Antoon Juriënsplein werd afgebroken. Een kraan van Piet Gommers heeft ons op dinsdagmiddag nog geholpen met de afbraak. Iets wat ze met veel plezier deden, alleen naderhand wel hebben geweten, want er waren vele kleine spijkertjes in de banden terecht gekomen waardoor zij naderhand om de haverklap een lekke band hadden

 


1988 Beeldenstorm

1989 Katachtig

1990 Expressie

1991 Goudkoorts

1992 Het Muizenvolk

1993 Het fenomeen: water

1994 Door de zon gerijpt

1995 Nestwerk

1996 Jazzy Rhythm

1997 Na ons de zondvloed


5e periode 1988 – 1997

In 1988, toen het veertigjarig bestaan werd gevierd, stelde men zich de vraag om de goede resultaten van de jaren daarvoor gehandhaafd konden worden. Het Grote Wernhout van midden jaren '80 moest echter na nog twee topjaren aan het einde van de jaren '80 zijn meerdere gaan erkennen in een aantal andere buurtschappen. Buurtschap Wernhout zakte langzaam weg in de klassering en ook de organisatie moest een stapje terug. Vorig jaar heeft men dit stapje terug weer vooruit gezet door middel van de werkgroepen. Laten we hopen dat de goede weg weer is in geslagen.

 

Naar achteraf zou blijken zou dit, in 1988, voorlopig de laatste wagen zijn van Robert Ruijzenaars, getiteld: ‘De Beeldenstorm'. Een wagen waarvan de verwachtingen vooraf zeer hoog gespannen waren. Wernhout had tot nu toe immers drie maal achter elkaar gewonnen. Zou het Wernhout  lukken om het record van Klein-Zundert, uit de jaren ‘70, niet alleen te evenaren maar ook te verbreken!!??

Nee!! De wagen werd tweede. Voor menig Zundertenaar en alle Wernhoutenaren zwaar onterecht!! We werden tweede maar voor ons gevoel waren we gewoon laatste. Tegenwoordig wordt nog steeds gezegd dat Wernhout in dit jaar gewoon niet meer mocht winnen, iemand anders moest de winnaar worden. Wernhout mocht geen vier maal achter elkaar winnen. Achteraf kan gezegd worden dat de wagen die Klein-Zundert toen maakte een voorloper was van wat tegenwoordig de klok slaat: theaterwagens.

We hadden dezelfde dahliavelden als het jaar daarvoor.

De bouw van de wagen was ontzettend veel werk.

Voordat met de bouw begonnen werd, werd eerst het 40-jarig jubileum gevierd. Een eerste beddenrace, naar een idee van Lex Schöers, zag zijn daglicht. Een officieel jubileumboek kwam te voorschijn. En hoewel de opkomst van de bouwers en bouwsters gigantisch te noemen was, rees halverwege de bouw toch stiekem de vraag of we de wagen wel af zouden krijgen?! Het werd dan ook geen ontspannen bouwjaar.

Omdat het 40-jarig jubileum gevierd werd, was er aan het einde van de bouw een barbecue voor de bouwers. Deze werd zeer goed bezocht.

Omdat verwacht werd dat er een enorme hoeveelheid bloemen op deze wagen zou gaan en er bovenin veel plekken waren die bijna niet te zien waren, werd er besloten om op donderdag al te gaan tikken. Toen iets nieuws en eigenlijk onmogelijk, tegenwoordig iets doodgewoons.

Op zondagmorgen werd er bij Isidoor van Hasselt weer het één en ander opgezet met behulp van een Mammoetkraan.

Wernhout moest zijn wagen afbreken op de plaats waar nu de Julianalaan ligt, tegen het voetbalveld. Tijdens de bouw was er bovenin de wagen een speciale opvang-constructie gemaakt in het midden, welke de hele wagen moest dragen. Toen de wagen op zijn afbreekplaats stond werd deze constructie los gemaakt. Toen bleek hoe sterk deze opvangconstructie was geweest! De wagen stond als het ware ineens op losse schroeven.

Ondanks de dit jaar tegenvallende tweede prijs vierde het saamhorigheidsgevoel op Wernhout al enkele jaren hoogtij. In Zundert ging dan ook het gezegde rond dat Wernhout in deze jaren alles aankon!

 

1989, Het jaar van Katachtig. Robert Ruijzenaars had in het vorig jaar ruim voor dat de bouwperiode aanving besloten dat ‘De Beeldenstorm' voorlopig zijn laatste ontwerp zou zijn. Tijdens de bouw van dat jaar had Robert nog laconiek gezegd dat het eigenlijk wel leuk zou zijn als hij met ‘De Beeldenstorm' tweede zou worden en dit jaar met de nieuwe ontwerpers een nieuwe eerste prijs binnengehaald zou kunnen worden. Wie had toen gedacht dat die woorden bewaarheid zouden worden. Frank de Meijer en Erik van Elsacker, twee bouwers uit eigen groep, kwamen met het ontwerp ‘Katachtig'. Op de wagen kwamen een hele serie ‘kleine' katten en een zevental grote katten die in één spoor stonden. De kat die dit ‘spoor' begon was als laatste klaar en werd voor wat betreft de bouw nonchalant in elkaar gezet. Wie had verwacht dat, nadat deze in bloemen stond, het één van de mooiste katten zou worden.

Omdat de spanning om de eerste plaats vast te houden het jaar daar voor waren verdwenen, heerste er bij Wernhout ditmaal een ontspannen sfeer.  Zondagmorgen werd nog gezegd dat, indien we met deze wagen zouden winnen, de kwaliteit van het corso flink achteruit gegaan was. Laten we nu toch later op de dag in Zundert de eerste prijs binnenhalen. In Wernhout wordt dit nog steeds gezien als een goedmakertje voor de tweede prijs van het jaar daarvoor.

De KRO ging een reportage maken over Bloemencorso Zundert in het programma ‘Markant Achterland'. Onder andere Buurtschap Wernhout werd uitgekozen om tijdens de bouw gevolgd te worden door een cameraploeg.

Er werden in Zundert voor het eerst maximale maten ingesteld, onder hevig protest van Wernhout. De maten waren als volgt: 19 meter lang, 4,5 meter breed en 9 meter hoog. Nadat Wernhout de eerste discussie verloren had ging men een tweede discussie aan: hoe wou men dit gaan controleren. Nadat ook dit breed was uitgemeten bleken op zondag hele andere methoden voor te komen. Toen Wernhout als laatste gecontroleerd werd, bleek dat er in Zundert volop het verhaaltje de ronde deed dat Buurtschap Wernhout de wagen moedwillig te lang gemaakt zou hebben. Het tegendeel was het geval. Toen er gevraagd werd wat de opmeters zouden doen wanneer een corsowagen te lang zou zijn was het antwoord het volgende: “iets harder aan de meter trekken, ik heb geen zin om hier gelyncht te worden!!” Ook de hoogte meten bleek een lachertje te zijn. Dit bleek een elastisch koord te zijn aan de poort dat bij een beetje wind al een speling had van een halve meter.

Al vroeg tijdens de bouw kwamen er regelmatig een paar meiden uit Zundert, die het op de jonge gasten in de tent gemunt hebben. Deze gasten, niet vies van die meiden, liepen als kippetjes achter hen aan. Na een paar weken liep dit een beetje uit de hand en moest de voorzitter flink optreden. Hierna was de boel weer volledig gesust en werd er weer volop gebouwd.

Ditmaal ging het terughalen van de corsowagen op dinsdag niet helemaal vlekkeloos. Bij de bocht Wernhoutseweg/Diepstraat nam de chauffeur van de corsowagen een andere bocht dan de tractorchauffeur. Hierdoor verloor de tractor een gedeelte van zijn macht over de wagen. De wagen ramde net niet ‘Het Centrum' van de fam. Pemen. De wagen werd afgebroken aan de Julianalaan.

Overigens werd voor de aanvang van de bouwperiode de tweede Wernhoutse Beddenrace gehouden over een sterk gewijzigd en verkleind parcours.

 

1990 Was het Van Gogh jaar en Buurtschap Wernhout kwam met “Expressie”. Het duo Frank en Erik viel door omstandigheden uit elkaar en beiden kwamen met een ontwerp bij Wernhout aankloppen. Zodoende kreeg men bij het bestuur een nieuwigheid: ontwerp kiezen. Voorheen had Buurtschap Wernhout lang niet hoeven kiezen. Uiteindelijk werd voor het ontwerp van Erik gekozen, hoewel dit geen Van Gogh ontwerp was, iets waar in Zundert een beetje om gevraagd was. Op de wagen waren diverse grote ringen te zien waartussen allerlei soorten dansen werden uitgevoerd. Ook ditmaal werden er bij Pietje Domen diverse grote onderdelen opgezet. Het effect was helaas niet wat men er van verwacht had. Een zevende prijs viel ons ten deel. Voor een enkeling een tegenvaller voor de meeste het verwachte. Vanwege het ‘van Gogh-jaar” kwam de optocht dit jaar weer eens rechtstreeks op t.v.. Dit maal verzorgt door de N.O.S..

De derde Wernhoutse beddenrace wordt gehouden waarbij het een standaard begon te worden dat deze geplaagd moesten worden door regenbuien. Ook ditmaal kwam de animo van de aanwezige jongeren maar met moeite op gang, maar wanneer het feest op gang was, waren ze ook niet meer te stoppen.

In Zundert werd een centrale afbreekplaats vastgesteld aan de Hofdreef. En zo eigenwijs als Wernhout soms kan zijn, braken wij de wagen af op de parkeerplaats van Jaiseling Royal Palace.

Op het veld gebruikten we voor de eerste keer onkruidbestrijdingsmiddelen, waarmee tegenwoordig nog wordt gewerkt, aangezien het met de schoffel alleen niet meer te doen was. Er wordt een eerste aanzet gegeven tot een serieuze hakkersploeg. Het was een moeizaam begin maar in de loop der jaren bleek dit toch een succes te worden.

In het najaar gaf Kees van den Buijs aan het bestuur te kennen dat hij een stapje terug wilde doen in het bestuur in verband met het opstarten van een eigen zaak

 

In 1991 werd in Zundert de 50e optocht verreden en kwamen Frank en Erik weer samen met een ontwerp, getiteld: ‘Goudkoorts'. De vierde Beddenrace werd verreden, ditmaal met hindernissen.

Sinds lange tijd weer eens een wagen die bijna helemaal binnen gebouwd kon worden. Het tik- en corsoweekend kenmerkten zich door een hittegolf.

De persconferentie van Bloemencorso Zundert vond onder andere plaats in de tent van Wernhout en Frank deed op een uitstekende manier verslag.

Er was dit jaar zo'n groot tekort aan dahlia's dat in de laatste weken het alternatief, de begonia, zelfs uitverkocht raakte. Uiteindelijk kwam alles, al dan niet met begonia's in de bloemen te staan.

Het corso vierde dit jaar zijn gouden jubileum en zodoende werd er een corso-dinsdag aan vast geplakt. Een feestavond voor heel corsobouwend Zundert.

Buurtschap Wernhout kwam voor het eerst met t-shirts te voorschijn.

De zesde prijs was voor de ene een tegenvaller voor de andere  reëel.

De wagen, die ook dit maal bij Jaiseling Royal Palace werd opgestookt kon letterlijk aangestoken worden met behulp van de dahlia's. Zo hard waren deze opgedroogd!! Bij het opstoken kwam Ad de Bruyn nog langs en vertelde ons dat we het tempex eraf hadden moeten halen. “Is eraf, ga maar kijken” was het antwoord. Alleen dat kijken was al moeilijk. Door de hitte moest je er bijna 50 meter vandaan blijven staan. Tijdens het tikweekend kwam Arjan van Dijk nog langs en nodigde Buurtschap Wernhout uit om drie weken na het corso de bovenste twee poppen bij Jaiseling Royal Palace nogmaals in de bloemen te zetten. Wel werd hierbij regelmatig het bruin cafe binnen aangedaan.

De dahliavelden verhuisden een beetje. Wernhoutseweg en Lodders kwamen te vervallen en hiervoor in de plaats kwam er een bloemenveld bij de fam. Antonissen aan de Weduwestraat. De bloemetjes gedeiden er zeer goed, alleen de jongste zoon joeg nogal graag buurmans stier de stuipen op het lijf. Deze kon daar zo van schrikken dat dat ene prikkeldraadje voor die stier in feite niks voorstelde.

 

1992 is het jaar van 'Het Muizenvolk'.

Harry van den Broek kwam dit jaar naar Wernhout met een tekening waarbij het bestuur in één keer verkocht was. Frank en Erik hadden, ieder om hun eigen prive redenen, geen tijd meer.

De beddenrace werd omgezet in een evenementendag, en werd een groot succes. De beddenrace werd stopgezet omdat we konden kiezen tussen of er zelf mee stoppen of eindigen met een flater omdat we geen deelnemersveld meer bij elkaar konden krijgen. Waarschijnlijk had dit ook wel iets te maken de stripteaseshow, die ‘s middags werd opgevoerd. Dat was de volgende dag het gesprek van de dag in Zundert.

De bouw van de wagen kenmerkte zich helaas in het feit dat echte timmerlieden niet aanwezig waren en daardoor alles min of meer met panlatjes in elkaar werd gezet. Toen Loek Hereijgers eenmaal overdag kwam om alle problemen op te lossen (dit terwijl hij volop bezig was om zelf een nieuw huis te bouwen) liep het weer van een leien dakje. Bij deze wagen moesten er weer als vanouds op zondagmorgen stukken op geplaatst worden. Voor de wagen reden twee kleine wagentjes: een kever met een filmploeg en een motor met zijspan. Het sturen/duwen van de motor bleek toch een zwaar karwei te zijn aangezien die ene persoon onderweg toch een paar keer gewisseld moest worden. Op de veiling had de grote wagen nog een kleine aanvaring met de kever. Het was aan het gegil goed te horen dat de kever geduwd werd door enkele meiden.

Van het begin af aan waren de verwachtingen hooggespannen. De prijs viel echter tegen, ook bij het publiek en een algeheel “boe” geroep op de tribune was het gevolg. Als pleister op de wonde wonnen we de publieksprijs, die voor het eerst in het leven geroepen was.

Ondertussen hebben we het veld bij fam. Antonissen verlaten. Hiervoor in de plaats kwam een grote akker van de fam. Mouws tussen de Grote Heistraat en de Weimerstraat, ook wel Mollenakker genoemd.

 

Dit jaar, 1993, komt Robert Ruijzenaars nog één keer terug samen met Antoine de Swart. Het ontwerp van dat jaar: ‘Het fenomeen water'. Een maquette werd deze keer niet gemaakt. Hoewel!? Nee, dat tempexgeval mag je geen maquette noemen. Het idee om op allerlei manieren met water te werken op de wagen was een vernieuwend element.

Op de wagen waren diverse bassins met een laagje water gevuld. Twee grote pompen, een aggregaat, vele accu's, ± 25 kleine pompjes, en een heel circuit aan slangen en buizen waren het verborgen zenuwcentrum van de wagen. Bovenin de wagen was het aggregaat verborgen dat voor de stroom moest zorgen voor de twee grote pompen. Onderweg moest het aggregaat bijgevuld worden met brandstof, en toen men bovenin aankwam bleek dat dit, in tegenstelling tot eerdere proefdraaiingen in de tent, toch roodgloeiend te zijn geworden. Achteraf is het een groot geluk geweest dat dit deel van de wagen door de enorme hitte niet in brand is gevlogen.

Eigenlijk zat het de gehele dag al flink tegen. ‘s Morgens hadden de duwers al de grootste moeite om de wagen van het plein af te krijgen. Blijkbaar had men zich toch flink vergist in het gewicht. Toen de wagen eindelijk van het plein af was leek hij maar niet vooruit te komen: de duwers moesten continu 100% geven om de wagen in beweging te houden. Bij fa. Kouters voor de deur liet men de wagen stilvallen. De duwers kwamen er na 200/300 meter onderuit alsof men een loodzware dag achter de rug had. In allerijl werd een voorraadtank van duizend liter leeggelaten. Voor zover er plaats was onder de wagen werden er nog duwers bijgezocht. Bij Pietje Domen werden de laatste onderdelen er opgezet en de laatste liters bijgetankt. Toen men op de veiling aankwam moest Wernhout een heel andere plaats innemen dan gepland was. Buurtschap De Berk stond op onze plaats, die voor ons essentieel was, namelijk horizontaal. Nu moesten we op een plaats gaan staan die alles behalve horizontaal was. Al het water, dat via de sproeiers omhoog ging, kwam naast de wagen terecht en in een mum van tijd waren de voorraadtanks leeg. De show werd, ondanks de goeie bedoelingen van Kees van den Buijs en Arno Pemen, een wanvertoning. Robert, die even later kwam kijken, had het vlug gezien en droop verslagen af.

In de stoet ging het redelijk afgezien het feit dat de wagen slechts stapvoets vooruit ging en we continu water verloren. Onderweg kwamen helaas wel steeds meer sproeiers door bloemblaadjes verstopt te zitten. Ondanks dit alles kregen we van het publiek toch weer de publieksprijs toegekend. Jan Wouters praatte de wagen voor de laatste keer rond en zijn opvolger Nico Vermeulen liep al naast hem.

De tweede evenementendag vond plaats en werd gekenmerkt door een heuse hittegolf waardoor het ‘s morgens om 10.00 uur in de zon al niet meer uit te houden. Dit werkte helaas door in de bezoekersaantallen. Omdat op deze dag slechts een kleine winst werd gehaald in verhouding met de kosten en de inspanning was dit ook alweer de laatste.

 

 

In 1994 diende zich een andere ontwerper aan bij Wernhout. Gerard van Erk kwam met het ontwerp ‘Door de zon gerijpt', over aardbeien, Zundertser kan haast niet. Het was  een ontwerp met een speciale constructie . Al spoedig bleek dat dit geen probleem was en het ontwerp werd als ‘liefde op het eerste gezicht' gekozen.

De constructie was al gemaakt toen de tentbouw begonen was nodig omdat de wagen aan de voorkant zeven meter overstak. Dit gaf zo'n enorme druk op de voorste banden dat besloten werd om achteruit te rijden. Zodoende kwam de achteras met dubbellucht aan de voorkant en de stuurman kwam achterstevoren te zitten. In Wernhout had men hierover geen twijfels . In Zundert bleek dat de ‘bouwcommissie' het niet zag zitten dat Wernhout achteruit ging rijden. Deze stuurde een brief naar de Stichting Bloemencorso Zundert met de mededeling dat men geen verantwoordelijkheid wenste te nemen  voor Wernhout indien dit niet zou lukken en als gevolg daarvan de optocht opgehouden zou worden. Na enig overleg werd besloten dat Wernhout vanaf de veiling achteruit mocht rijden en wanneer dit teveel problemen op zou leveren, dat Wernhout dan om zou draaien bij restaurant De Wissel. ‘s Zondags bleek dat het voor Wernhout geen enkel probleem was om achteruit te rijden. De discussie over het wel of niet lukken verdween ‘s zondags zelfs helemaal in het niets toen twee andere buurtschappen wel met problemen kampten wat betreft de voortgang.

Het enige vervelende was dat we ‘s zondags in de Molenstraat, vanaf de Prinsenstraat tot aan de Willem Pastoorstraat in stromende regen reden. Zeer weinig mensen op de tribune bleken ons gezien te hebben. Tijdens het tikweekend bleek dat deze wagen zeer vele hoekjes en kantjes had. Teveel om allemaal in de gaten te hebben. Tijdens het tikweekend ‘doken' enkele tikkers in het binnenste van de wagen om er vele uurtjes later weer terug uit te komen. ‘s Zondag bleek, dat ondanks de goede bedoelingen van deze personen, toch diverse hoekjes niet getikt waren. De prijs, een zesde, viel een beetje tegen. Dit was voornamelijk te wijten aan de eerste doortocht langs de markt in de stromende regen.

 In het voorjaar had Adrie de Jong  al aan het bestuur laten weten, het komende najaar een stapje terug te willen doen in het bestuur, en zijn voorzittersfunctie neer te willen leggen.

 

In 1995 kwam het tweede ontwerp van Gerard voor Wernhout: ‘Nestwerk'. Al spoedig bleek dat de bouwers en bestuur nogal van mening verschilden. Veel bouwers zagen weinig tot niets in deze wagen en vertoefden liever in het café dan in de corsotent. Aan de twee grote roofvogels zat ontzettend veel laswerk. De omvang van de wagen was voor Wernhoutse begrippen klein. Dit was ook wel te merken met het tikweekend, toen Wernhout in de loop van zaterdag zijn overschot aan bloemen al van de hand kon doen. De andere buurtschappen kwamen er als aasgieren op af. Tot zaterdag vroeg in de nacht waren de meningen over de wagen sterk verdeeld. Toen de wagen ‘s morgens de tent uitreed moest de achterste grote vogel eraf gehaald worden in verband met de bomen onderweg. Eventjes leek de vogel, nadat hij was losgekomen van de wagen en aan de kraan hangende een onverwachte zwenk maakte, een eigen leven te gaan leiden, doordat het zwaartepunt verkeerd geschat was. Het er terug opzetten van de vogel ging echter zonder problemen. Een tweede prijs kregen we toebedeeld. Voor de een terecht achter de vernieuwende wagen ‘Atlantis Mechanica' van Buurtschap De Berk voor de ander onverwacht hoog.

Het bloemenveld verhuisde naar Mouws aan het einde van de Grote Heistraat. De bloemen groeiden en bloeiden er zoals nooit tevoren en het veld van  Buurtschap Wernhout kwam bekend te staan als een van de betere bloemenvelden van Zundert. Met het corso werden er ruim 1100 kisten af gehaald, terwijl er ongeveer 700 op de wagen konden.

 

In 1996 kwam Gerard met 'Jazzy Rithm' tevoorschijn. Het derde ontwerp van Gerard voor Wernhout. Het bouwjaar liep helaas niet soepel. De bouwers vonden dat men, voor wat betreft de wagen, steeds bouwtechnisch achter de feiten aan bleef lopen.

Men begon in Wernhout helaas te morren. Het bestuur had vooraf gehoopt dat door middel van de in het leven geroepen bouwgroep dit probleem zichzelf op zou lossen. Die bouwgroep bleek echter maar matig van de grond te komen.

Tijdens de optocht kregen we een tegenvallende, maar terechte, tiende prijs toebedeeld. Buurtschap Wernhout stond na de vele jaren van euforie en top tien plaatsen weer met beide benen op de grond.

In het najaar riep het bestuur de bouwers en veldwerkers bij elkaar en trok openlijk het boetekleed aan en beloofde beterschap. Het bestuur verweet zichzelf te lang op de automatische piloot te hebben gevaren. Enkele maanden later werd er in Wernhout een nieuwe werkstructuur gepresenteerd. Buiten het bestuur om kwamen er vier werkgroepen, voor respectievelijk wagenbouw, tent, veld en activiteiten, tot stand met in elke werkgroep één of meer afgevaardigden van het bestuur.

Het veld bleek het beter te doen dan men kon dromen. De locaties waren

aan de beek dichtbij de Maalbergenstraat en bij Mouws aan de Grote Heistraat. Met het Zundertse corso haalde men een recordaantal kisten van het veld, namelijk 1410. Hoewel dit veel te veel was kon men er geen kwijt aan andere buurtschappen omdat corso Zundert grote overschotten aan bloemen had.

 

In 1997 kwam Gerard nogmaals naar Wernhout met ‘Na ons de zondvloed', het vierde ontwerp van Gerard van Erk voor Wernhout. Er werd vol goede moed aan de wagen begonnen. De bouw van de wagen verliep redelijk en de werkgroepen begonnen een klein beetje hun weg te vinden.

Helaas liep het op het veld een stuk minder florisant. Hoewel Wernhout in de laatste twee jaren één van de betere velden van Zundert had, hing men nu door de kou en het nat ver onderaan het lijstje. Een enkele maal hebben de dahlia's zelfs kopje onder gestaan, uiteraard niet bevorderlijk voor de groei. Toen de weergoden eindelijk goed gezind raakten kregen we weer hoop. Deze hoop werd echter een paar dagen later de kop ingedrukt toen er een storm over de velden trok. Heel het veld lag er letterlijk teneergeslagen bij en vele bossen waren afgebroken. Met het Zundertse corso haalden we helaas een diepterecord van maar 350 kisten bloemen van het veld waar vorig jaar een overvloed aan bloemen was. In het voorjaar waren we overgestapt naar de Bloemencommissie van Zundert. Meteen deden we daar een recordbestelling van 700 kisten. En zoals het spreekwoord zegt:”een ongeluk komt zelden alleen”, was dit ook bij ons het geval. Doordat aan Buurtschap Wernhout het systeem van bestellen niet helemaal goed was uitgelegd ging Buurtschap Wernhout ook hiermee volledig de mist in. De kleuren die we moesten hebben kregen we niet en daarvoor in de plaats kregen we alles wat we niet konden gebruiken.

Ook de onderlinge afspraak van de bouwers, het tikken goed te laten verlopen, bleek door overmacht de mist in te zijn gegaan. Na afloop kreeg Wernhout het inmiddels bekende commentaar dat het afwerken door middel van tikken weer te wensen over liet. Het was ‘s zondags dan ook even flink slikken. Hoewel we hadden gehoopt op een stijging van enkele plaatsen ten opzichte van vorig jaar, werd het een daling van enkele plaatsen. Een terechte dertiende prijs was helaas het gevolg. In het najaar begon het besef te komen dat Buurtschap Wernhout de aansluiting met de top kwijt is.

 


1998 Tibetaans Mysteriespelen

1999 Tijdmachine

.

2000 Promenade

2001 Force of Nature

2002 De Bruid

2003 Triade van Gogh

2004 De Oerknal

2005 Viva Vivaldi

2006 Aalscholverskolonie (drogen in heraldieke houding)

2007 BlingKing


6e periode 1998 tot 2007

Het begin van het corsoseizoen 1998 stond in het teken van feesten. Nadat de tent weer tevoorschijn was gekomen, werd er niet begonnen met het bouwen van de wagen, want Buurtschap Wernhout bestond 50 jaar en dat moest gevierd worden.

De weergoden waren ons dat weekend in juni buitengewoon goed gezind en de versnaperingen lieten zich goed smaken. De voorafgaande winter was het jubileumboek `Wernhout, een dorp apart´ samengesteld en werd tijdens het jubileumfeest geïntroduceerd.

Na feesten weer werken! Harry van de Broek was na 6 jaar weer terug als ontwerper.

Zijn ontwerp, `Tibetaanse Mysteriespelen`,  bezorgde niet alleen de bouwers van de wagen het nodige werk. Er werden de nodige vrijwilligers opgetrommeld om meer dan 60 monnikenkleden en –mutsen te maken voor evenzoveel figuranten. Oude muziekinstrumenten en meer dan 50 bellen moesten zorgen voor het nodige geluid. En rookmachine op de wagen maakte het geheel compleet.  Het kwam er erg indrukwekkend uit te zien en het was een complete optocht op zich.Dat hiervoor de vierde prijs werd toegekend, was voor sommige Wernhoutenaren misschien wel een beetje teleurstellend, maar het was zeker een waardige presentatie van het jubilerende Wernhout, en het was dank zij de figuratie een corsoweekend wat in Wernhout nog lang zal worden onthouden.

In 1999, als iedereen naar de millenniumwisseling toeleeft, zijn er enkele buurtschappen met ontwerpen, welke met het thema `tijd` hebben te maken. Ook buurtschap Wernhout. Harry had een ontwerp, waarin Vadertje Tijd was verwerkt in een `Tijdmachine`. Het was tijd om met bouwen te beginnen en de tijd zou leren wat de tijdmachine buurtschap Wernhout te bieden had. Toen het op corsozondag tijd geworden was om de wagen de tent uit te rijden, bleek het geheel wat tegen te vallen en met de prijsuitreiking kreeg Wernhout te horen dat een vijftiende prijs hun deel was geworden. Als op dinsdag, op weg naar het afbreekterrein, de constructie van wagen gevaarlijk naar links gaat hangen, is iedereen blij dat alles toch veilig kan worden afgebroken. Buurtschap Wernhout is een beetje bij de tijd gezet en het is tijd geworden om dit jaar maar achter te laten en de zinnen te zetten op het eerste corso van de 21e eeuw.

2000! Een nieuwe eeuw, nieuwe ideeën en nieuwe moed verzameld om op de eerste zondag van september zo goed mogelijk voor de dag te komen. `Promenade` was de titel van de te bouwen wagen. Vol goede moed werd er begonnen. De bouw vorderde gestaag en langzaam maar zeker verscheen er de voorstelling van twee chique damesfiguren die met hun honden langs paradeerden. In het laatste weekend ging het bloemen tikken op de twee afzonderlijke wagens heel vlot en veel werkers konden op zaterdagavond op tijd naar huis omdat het meeste werk er op zat. De wagens, in hoofdzaak wit van kleur, zagen er keurig uit en iedereen was er van overtuigd, dat we vergeleken met een jaar eerder in de uitslag zouden gaan stijgen.  Toen de creaties op zondagmorgen op het tentoonstellingsterrein verschenen, werd zelfs door verschillende mensen gezegd dat Wernhout wel eens tot de kanshebbers kon horen om te winnen. Zo ver kwam het helaas niet, maar een vijfde plaats mocht er toch ook zijn en buurtschap Wernhout kon terugzien op een geslaagd corso.

Een nieuwe ontwerper biedt zich aan als Erwin de Meijer in 2001 een tornado wil bouwen. Als de maquette wordt gepresenteerd is iedereen enthousiast over het idee om deze natuurkracht ( of “Force of nature”, zoals de titel is) uit te beelden. Met stormachtige energie wordt begonnen met de enorme constructie, die de onweerswolk bovenin moest ondersteunen. De bomen van het bos, waardoor de tornado heen raasde, werden abstract uitgebeeld. Het geheel zou begeleid worden met het zware geluid van storm en onweer. Als het tikwerk er na vele moeilijke hoeken en dubbele kanten eindelijk opzit, blijkt het geheel toch wel wat tegen te vallen, maar als dan toch een tiende prijs wordt toegekend is dat toch zeker niet slecht voor een debuutontwerp. Als op maandagmiddag het veilingterrein wordt gegeseld door een zware regenbui staat de wagen er toch wel heel toepasselijk bij met de onweersgeluiden.

Bij het afbreken wordt de hoofdconstructie bewaard, want die zou nog wel eens van pas kunnen komen. Het corso wordt afgesloten met een feestavond voor de bouwers van alle buurtschappen, vanwege het zestigste Zundertse corso.

 

Een jaar later was Harry van de Broek weer terug als ontwerper voor buurtschap Wernhout, met een iets minder stormachtig onderwerp als zijn voorganger. Zoals 2 jaar terug zou de hoofdkleur van de wagen wit worden, zoals de titel “De bruid”al deed vermoeden. Het hoofd van een bruid, met daar achter een sluier. Een sluier die gemaakt werd van een net van betonijzer met tempexbolletjes, die werden vol gestoken met bloemen, waarna vervolgens het ijzer, dat in het zicht bleef, wit werd geschilderd. Als op vrijdag voor het corso de bovenste steigers reeds zijn weggehaald, blijkt de sluier wel erg wit te zijn en Harry komt dan op het idee om de bovenste randen te voorzien van een rij roze bloemen, wat de steigerbouwers weer extra werk gezorgde, want de steigers moesten terug opgebouwd worden. Dit is echter weer vlug vergeten als op zondagmorgen een prachtige bruid de tent uitkomt. Harry had voor Wernhout in de afgelopen jaren al gezorgd voor 2 keer een vijfde en 1 keer een vierde prijs en de hoop was er om in 2002 nog hoger in de uitslag te komen. De vreugde is groot als dat inderdaad lukt. Een derde prijs plus de vernieuwingsprijs is Wernhout's deel. Een springplank naar het zeer speciale corsojaar 2003.

 

Is 2003 is het precies 150 jaar geleden, dat de wereldberoemde schilder Vincent van Gogh in Zundert werd geboren. Dat moest natuurlijk gevierd worden en op allerlei verschillende manieren werd Vincent herdacht. Zo ook in het corso. Alle zeventien buurtschappen waren overeen gekomen om allemaal een wagen te bouwen, welke betrekking hadden op Vincent van Gogh. Een degelijk themacorso was uniek in de corsogeschiedenis. Buurtschap Wernhout kreeg van Harry van de Broek een ontwerp voorgeschoteld om je vingers bij af te likken, maar wat wel een hoop werk met zich mee zou brengen. “Triade van Gogh” bestond uit drie afzonderlijke wagens en Harry stopte als kunstenaar al zijn energie in een ontwerp over een kunstenaar. Bij de presentatie van alle maquettes werd het Wernhoutse ontwerp door menigeen getipt als winnaar. Hij moest alleen nog even gebouwd worden. Drie onderstellen werden de tent in gereden, waarop drie van Gogh-figuren verschenen. De weergoden moesten Wernhout goed gezind zijn in de loop van de zomer, want er waren veel, erg veel bloemen nodig. Er was veel laswerk aan de wagens en er was veel papier-machéwerk. Alles was veel en groot. Maar de stemming was goed en het vertrouwen was, net als de wagen, erg groot. Het is Harry's zeventigste ontwerp ( een absoluut record!! ) en als op donderdag voor het corso aan hem wordt gevraagd hoeveel eerste prijzen hij heeft ontworpen, antwoordt hij: “ Met deze erbij: ZEVEN!!” Als de klus is geklaard, zijn er kilometers betonijzer, honderden liters plaksel en honderden kilo's papier verwerkt en zijn de wagens voorzien van 1680 kisten bloemen (Een bloemenrecord !!???!!). Als de wagens buiten worden gereden is duidelijk dat Wernhout heel hoog gaat scoren. Op het veilingterrein zijn er toch wel enkele grote concurrenten te zien, maar de verwachtingen blijven hoog. Veel applaus van het publiek als de wagens van Wernhout bij de eerste doortocht langs de hoofdtribune komen. De eerste Vincent met penselen in de hand en schildersezel op de rug, gevolgd door de tweede, schilderend met passie en vervolgens de derde, bezweken onder zijn werk. De prijsuitreiking is super spannend. Wernhout rijdt als voorlaatste in de optocht en als hun creatie nadert zijn alleen de eerste en tweede prijs nog te verdelen. Eindelijk komt het verlossende woord. “Triade van Gogh” is winnaar van het bijzondere van Gogh-corso geworden, met slechts 3 puntjes meer dan de nummer 2. Daar het veertien jaar geleden is, dat Wernhout heeft gewonnen, hebben de meeste huidige bouwers nog nooit van een overwinning mogen proeven. Een mooiere afsluiting van dit van Gogh-jaar konden de Wernhoutenaren zich niet voorstellen. Een feestje bouwen was wel op zijn plaats, ondertussen alweer denkend aan het volgende corsojaar. Wat dat gaat worden is nog niet bekend.

 

Na een explosieve viering van onze overwinning van 2003 werd het weer tijd om verder te kijken. Het zou een jaar worden van uitersten. Er kwam een ontwerp over “De Oerknal”. Een onderwerp wat zich niet leende om uitgebeeld te worden op een klein wagentje. Dat werd het dan ook niet ! Toen de maquette werd gepresenteerd was het al duidelijk dat het groot werd. Heel groot !. Voor de laatste maal kwam op het Jurriensplein de tent tevoorschijn. (In 2005 zouden wij de nieuwe bouwlocatie aan de Weimerstraat in gebruik nemen.). De 2 onderstellen werden binnen gereden en er werd begonnen met het lassen van de bogen, pieken, sterren, enz. enz. Gevolgd door het gesjouw met emmers plaksel, plakken van papier enz. Het was allemaal veel en groot, maar langzaam kwam de beeltenis, waarvan wij allemaal in het heelal deel uitmaken, te voorschijn.

Als dan het weekend van het corso nadert is het ook duidelijk dat er veel bloemen nodig zijn. Heel veel! 1880 kisten zijn er nodig. Een Zunderts record, dat waarschijnlijk nog geruime tijd zal staan. Over het eindresultaat zijn de meningen verdeeld. Van “geweldig”tot “Het valt een beetje tegen.” De prijs die we behalen: 7 e ! (Geeft de jury ons 10 puntjes meer, dan gaan we met de 3 e prijs naar huis.) Het feestgedruis is er niet minder om en we kunnen terugblikken op een groot(s) corsoseizoen.

 

Voordat er gedacht kan worden aan het bouwen van de wagen van 2005 hebben we eerst nog een ander klusje te klaren. Er is aan buurtschap Wernhout een andere bouwlocatie toegewezen aan de Weimerstraat. Waar in december 2004 nog een modderpoel is, dient voor het volgende corso te verschijnen: een materialenloods, een keurig plein en …. een corsowagen. Graven, sjouwen, dakplaten leggen, metselen, regelen,(Soms even pauzeren voor het nuttigen van een biertje.) klinkers leggen, enz. Vele handen maken licht werk en alles is op tijd klaar om te beginnen met de bouw van de tent en de wagen.

Omdat we al wat klusjeswerk achter de rug hadden, werd er gedacht aan een wat kleinere wagen dan de voorafgaande jaren, maar toch kwamen er weer 2 onderstellen aan te pas en werd het weer groot. De titel “Viva Vivaldi” verteld dat de wagen alles te maken heeft met muziek. De uitbeelding van Vilvaldi die vioolspelers dirigeert bij het spelen van “de Vier jaargetijden”. De bouw van de wagen ging voorspoedig en bij het proefdraaien van de muziek schalde het vioolspel over Wernhout heen. Als het dan eenmaal corsozondag is, helpt het stralende zomerweer om alles nog vrolijker te laten klinken. Met een 5 e prijs kunnen de Wernhoutse bouwers met een tevreden gevoel naar huis en alweer voorzichtig denken aan corso 2006.

 

Buurtschap Wernhout was ondertussen gewend geraakt een grote corsowagen te bouwen en de wagen van 2006 zou daarin weinig verandering brengen. Onze ontwerper, Harrie van de Broek, had zijn inspiratie opgedaan op het strand, waar groepen aalscholvers, op de golfbrekers, met gespreide vleugels hun veren in de wind laten drogen. Het moest groot en indrukwekkend worden. Tijdens de maquettepresentatie werd Wernhout als serieuze kandidaat getipt om op de 1 e zondag van september met de vetste vis aan de haal te gaan.

Vol goede moed wordt begonnen aan de bouw van de wagen. Een voor een kwamen de aalscholvers met opgeheven kop en uitgespreide vleugels te voorschijn. Erg veel werk, maar als de grote groepen enthousiastelingen er de schouders onder zetten komt alles toch weer in orde. Er was zelfs een veldje met een speciale soort bloemen, om de vleugels en de lichamen van de vogels te bedekken. Er dreigde nog even een tekort aan bloemen te ontstaan omdat de weergoden niet voldoende rekening hielden met het groeien van dahlia's, maar uiteindelijk kwam dit toch weer allemaal goed. Als de wagen dan op corsozondag buiten staat kan iedereen met het volste vertrouwen de juryuitslag afwachten. De vetste vis werd het niet, maar met de 2 e prijs was de Wernhoutse corsobouwer dik tevreden en denk weer aan een volgend corsoseizoen.

 

Een andere voorzitter: Dennis van de Wouw nam de voorzittershamer over van Frans Domen. Andere ontwerpers: Een ontwerp van Roel Wassenaar en Barry Gommers werd gekozen om te bouwen.

Veel figuranten die als koning, zinnebeelden, hofdames of lakeien het geheel compleet moesten maken. Veel tierelantijntjes, glitter en bling bling. Het werd het jaar van Bling King. Het was, zoals eigenlijk ieder jaar, een enorme hoeveelheid werk. Niet alleen de wagen bouwen, maar ook de kroonluchters, welke moesten worden gedragen door de lakeien, die voor de wagen liepen.

Ook was een groep dames maandenlang druk in de weer om de kostuums voor de 44 figuranten op tijd klaar te hebben. Er werd gelast, geplakt, gepast, geknipt, genaaid, gerepeteerd (af en toe een bakje koffie of een biertje gedronken), geplukt, gestoken en getikt. Als op corsozondag de zonnekoning het geheel in vol ornaat uit Wernhout had kunnen zien vertrekken, had hij waarschijnlijk goedkeurend geknikt.

Het was een optocht op zich. De 6e prijs was voor sommige mensen misschien wat teleurstellend, maar zoals de nieuwe voorzitter zei tot een regionale T.V. zender: “We zijn altijd nog de zesde beste van de wereld !!.” 2007 was een onvergetelijk jaar.

Volgend jaar een ander feestje. In 2008 bestaat buurtschap Wernhout 60 jaar !!!!


oehoe

 

2008 Doornroosje

 

oehoe


2009 Oehoe

zap1zap2

2010 Zapp!!

 

2008 - heden

60 jaar buurtschap Wernhout. Hoeveel bloemen zouden we hebben gebruikt in die jaren?  Hoeveel mensen zouden hoeveel uren hebben besteed aan buurtschap Wernhout in al die jaren?  Het 60 jarig bestaan moest natuurlijk gevierd worden. De tent werd al vroeg gezet en we hadden een onvergetelijk feest samen met de vele bezoekers van de andere buurtschappen.

Dan de wagen. Een ontwerp van Barry Gommers. 100 jaren sliep ze. De uitbeelding van Doornroosje slapend in een struik van doornen.
De bouw van de wagen kwam maar moeizaam op gang en er zou voor de laatste weken nog erg veel werk overblijven. Enkele “Hij moet af!” weekenden waren nodig om op tijd klaar te zijn. Uit alle macht werd er gewerkt zodat de wagen toch op corso- zondag op tijd de tent kon worden uitgereden. Bij aankomst op het tentoonstellingsterrein bleek dat wij erg veel concurrentie hadden en dat we niet moesten rekening op een top-klassering.
Uiteindelijk kregen we 480 punten en de 15e prijs.  Op ons jaarlijkse T-shirtje stond de tekst: “Doornroosje. Wie kust mij wakker ?” (De jury misschien!)
Het corsofeest was er niet minder om en op naar nieuwe ideeen voor 2009.

Harry van de Broek kwam weer terug naar het Wernhoutse nest, met 5 wijze dieren.
Uilen hadden hem geïnspireerd voor het ontwerp van 2009. De grootste uilensoort ter wereld zouden wij bouwen, maar dan in het groot.
Vol goede moed en met vertrouwen om hoger te scoren dan vorig jaar,  begonnen we met het bouwen van de 5 Oehoe’s . Het verliep allemaal vlot en in een mum van tijd stond de eerste vogel klaar om voorzien te worden van de nodige lagen papier. Alles liep volgens plan. De koppen van de vogels draaiden, de ogen knipperden en het geluid was ook zoals het moest zijn. Er werd volop gelast, geplakt en plezier gemaakt. Het bloementikken zou weer een hele klus worden, met al die vogelveren, maar met dat bijltje hadden wij 3 jaar geleden al gehakt. Toen we op corso-zondag startklaar stonden om naar Zundert te vertrekken, was iedereen er van overtuigd dat de wagen het best wel eens “goed zou kunnen doen”. De kleuren waren mooi en over de vormgeving waren wij ook tevreden. Jammer dat de jury de Oehoe’s wat minder geoordeelde, maar met 549 punten en een 9e prijs deden we toch aardig mee. Restte ons nog: een feestje bouwen, wat nakaarten en vooruit kijken naar 2010.

Even uitrusten. TV kijken. Van de ene naar de andere zender zappen. De kat doet een dutje. De hond ook. Daar hebben corsobouwers natuurlijk geen tijd voor, maar over dit tafereel kun je wel een corsowagen bouwen. Vorige ontwerpers Erwin de Meijer en Barry Gommers in gezelschap van nieuwkomer Jack Schepers vormden het ontwerpers-trio. Een voor het publiek een herkenbaar beeld. Een man zit verveeld wat TV te kijken. Een schilderijtje aan de muur. Een koekoeksklok. Een schemerlamp. Alles in de stijl van ongeveer 25 jaar geleden. Tentje overeind zetten en begin maar te bouwen. De bouw van de wagen kwam weer maar wat langzaam op gang en zoals enkele jaren geleden zag het er naar uit dat wij de laatste weken hard, heel hard, zouden moeten werken.
Na veel gezweet en geploeter en een loodzwaar tikweekend is het allemaal toch nog in orde gekomen. De grote pop was precies goed van vorm, de schilderijtjes waren net echt, de klok zei “koekoek”, de bewegingen van de diverse onderdelen werkten perfect en het televisiescherm zorgde voor nostalgische beelden uit de jaren 80. We waren er erg tevreden over en ook de jury kon het waarderen. Ontlading als bekend gemaakt wordt dat “Zapp” 632 punten en een 3e prijs heeft behaald. Genoeg redenen om een glaasje (of 2) te drinken en alweer na te denken over 2011. Wat zal ons dat brengen ?

 


Geschiedenis van Wernhout  

Zoals iedereen weet is Buurtschap Wernhout tegenwoordig bijna hetzelfde als het kerkdorp Wernhout, omdat er verder in Wernhout geen corsowagens meer gebouwd worden. Vandaar dat een stukje Wernhoutse geschiedenis wel op zijn plaats is.  

Het dorp Wernhout zou wel eens ouder kunnen zijn dan de meeste mensen denken. De eerste vermelding van Wernhout, of in die tijd Warenhout geheten, dateert uit 1295. Raso Berthout zou er toen rechten bezitten, aangezien hij erfcijnzen schenkt aan het Begijnhof in Antwerpen.

Dit is echter niet de eerste vermelding van de plaats waar het dorp nu ligt. Aan het einde van de twaalfde eeuw droeg Gotfried van Breda zijn allodium te Breda over aan de Hertog van Brabant die het aan hem in leen teruggaf. Hij gaf echter niet alles terug, hij behield twee rechtsgebieden die behoorden tot de huidige gemeente Zundert, namelijk het toenmalige Zundert-Hertog en Wernhout. Of deze namen toen al gebruikt werden is niet bekend.

Het huidige dorp Wernhout valt samen met de toenmalige heerlijkheid Wernhout. De heerlijkheid Wernhout bezat toen al lage, middelbare en hoge jurisdictie, wat betekende dat de schepenbank zelf recht mocht spreken en mocht beslissen over lijf- en doodstraffen. Hiertegen kon wel beroep aangetekend worden, met uitzondering van de lijfstraffen. Het voormalige rechtshuis, ook wel ‘Hoog Stenen Kamer' genoemd stond op de plaats waar in 1882 de openbare school werd gebouwd.

Vanaf 1433 werd de heerlijkheid Wernhout bezeten door de Graaf van Oostervant, die het in 1487 overdroeg aan de Heer van Culemborg. Nadat het een tijd in het bezit was geweest van het geslacht Aerssens werd het na de tachtigjarige oorlog in 1698 gekocht door Willem III van Oranje. Deze Willem III hield Wernhout echter wel buiten de Baronie van Breda, waaraan het later toch werd toegevoegd.

In 1813 werden Zundert en Wernhout in één gemeente verenigd, die de naam ‘Gemeente Zundert en Wernhout' ging dragen. Deze naam bleef bestaan tot in 1897, waarna het net als nu ‘Gemeente Zundert' ging heten. In de negentiende eeuw werd Wernhout ook wel Weernhout, Weenhout of Ween genoemd.

 

Waar komt de naam Wernhout eigenlijk vandaan?

Op deze vraag bestaan verschillende antwoorden.

 

Eén van de oudste vermeldingen van Wernhout luidt Warenhout. “Waren” kan onder meer

betekenen: bewaren, zorgen voor, bewaken.

Warren is ofwel het recht om op zekere dieren te jagen op een bepaald stuk land; of ook het land waarop zo'n recht uitgeoefend kon worden.

Hout is een bos van hoge bomen. Wernhout zou dan een bewaakt, of zelfs jachtbos geweest zijn. Gezien de allodiale status (geen leen) van Wernhout tot ca. 1380 is dat niet ondenkbaar.

 

Zo bestaat er ook een theorie, dat Wernhout een verbastering zou zijn van “Warnhout”: een paal om de mensen te waarschuwen. Het zou kunnen duiden op een gerechtsplaats.

 

Een andere interpretatie gaat in de richting van de rijke houtgroei langs de Weerijs.


Ontstaan van Bloemencorso Zundert  

1936, Was het jaar dat het eerste corso door de straten van Zundert trok. Een corso georganiseerd ter ere van de verjaardag van koningin Wilhelmina. Het corso zou gaan groeien en die groei zou zowel letterlijk als figuurlijk merkbaar worden in zowel stoet als organisatie. Een corso dat zijn weerga niet kent.

 

Het was in 1936 in een voorjaarsvergadering van het Oranje-Comité dat de heer Pieter van Ginneken met het idee kwam om een optocht met versierde fietsen en karren te organiseren. Het oranjecomité, destijds opgericht om nieuw leven in de koninginnefeesten te blazen stond nog in zijn kinderschoenen. Het Oranje-Comité was zojuist uit een diepe slaap herrezen en vond het idee om een kleinschalige optocht te organiseren een goed plan. Gezien het feit dat de mensen vroeger niet zo goed bedeeld waren als nu en dus al de financiën precies genoteerd werden weten we nog heel exact wie er destijds in het oranjecomité zitting hadden. Dat waren Leon Luijckx, Jan Kunst, Harrie Antonissen, Harrie van den Broek, Dominee Coolsma, Jef Franken, Kees Goetstouwers, Frans van Nunen, Jac Schuurbiers en al eerder genoemde Pieter van Ginneken.

Bovengenoemden gingen langs de deuren om een vrijwillige bijdrage op te halen. Die bijdrage zou de financiële basis voor de oranjefeesten zijn.

Met een totaal van fl 480,25 in  kas werd het eerste corso op dinsdag 8 september 1936 gehouden. De opkomst was, toch zeker voor de eerste keer, goed te noemen, maar liefst 9 wagens, 6 fietsen en 8 versierde steppen verschenen bij de aanvang van de optocht.

Na het succes van de optocht in 1936 ging het Oranje-Comité in 1937 op herhaling. Men besloot de oranjefeesten in plaats van door de week op een zondag te houden en als datum werd de eerste zondag van september gekozen. Dit werd gedaan om meer mensen van het corso te kunnen laten genieten.

Dat het corso van 1937 zeker de moeite waard was bleek wel uit de jury. Zij hadden zelfs tot vierkeer toe moeten vergaderen om de uiteindelijke uitslag bekend te kunnen maken. Van de 11 wagens waarvan de wagen van Augustus Hoppenbrouwers, de plaatselijke bloemist buiten mededinging meedeed kwam als eerste de ‘Postwagen' uit de bus. Bij de fietsen won van de 3 deelnemers Maria Meeuwissen en bij de steppen mocht Miep de Bie de eerste plaats op het podium innemen.

In 1938 zou op zondag 4 september vooroorlogs nog één keer een corso georganiseerd worden. Van de 16 deelnemers zou ‘Louis van Erck en anderen' de eerste prijs met zijn wagen ‘Fontein' op zijn naam schrijven.

Een jaar later, in 1939 zou, één week voor dat het corso gehouden zou worden, op het moment dat de voorbereidingen al weer in volle gang waren de algemene mobilisatie van Nederland worden afgekondigd. Dit is de oorzaak dat het corso van 1939 nooit gehouden is.

 

Zeven jaar na het vorige corso, hetgeen toch uniek is, werd opnieuw een corso-optocht gehouden. Het corso van 1945 kwam wat moeilijk op gang maar er deden toch nog 16 wagentjes mee. De eerste prijs werd door de jury toegekend aan ‘Boerenerf' gebouwd door Buurtschap Het Laer. Opmerkelijk bij dit corso was dat de winnaars van de vierde prijs (Poteind), met de wagen ‘Vlinder' die niet geheel af was, hun prijs nooit in ontvangst genomen hebben.

 

Over 1946 kunnen we zeggen dat dit en de drie hierop volgende jaren de jaren zijn geweest dat de meeste buurtschappen die nu nog steeds een corsowagen bouwen zijn ontstaan.

Zo was dat in 1946: Raamberg, Stuivezand, 't Kapelleke, Klein Zundert, Laer-Akkermolen, Helpt Elkander en Veldstraat. In 1947 waren dat: Klein-Zundertse Heikant, Laarheide en Achtmaal. In 1948 was de hekkensluiter Buurtschap Wernhout.

 

Van 1946 weten we dat Buurtschap Molenstraat hier de gelukkige was om met hun wagen ‘Driemaster-zeilschip' de eerste prijs in ontvangst te mogen nemen. Naast de gewone categorie van wagens werd in 1946 de 'groepen' categorie ingevoerd. Met de 3 deelnemers uit de buurtschappen: Markt, Veldstraat en Molenstraat was het Molenstraat die de eerste prijs met de groep ‘Imitatie Harmonie' in ontvangst mocht nemen.

Opmerkelijk bij 1946 was dat toen het begrip wat wij nu 'tikken' noemen moet zijn ontstaan. Voorheen werden de dahlia's namelijk op gaas gevlochten en op platte vlakken gelegd. Hierbij werd niet alleen gebruik gemaakt van dahlia's maar ook van andere soorten bloemen. Bijkomend probleem bij het 'tikken' in die periode was dat er geen kleine spijkers voorhanden waren en de oude technieken dus door de meeste buurtschappen zoveel mogelijk gehandhaafd werden. Tikken met grote spijkers beschadigde de bloemen namelijk zo hard dat de schoonheid verloren ging.

In 1947 was het Burgemeester Manders die de eerste prijs namens het Oranje-Comité aan Buurtschap Poteind mocht overhandigen. Met hun wagen ‘De Bloemenkoningin' was Buurtschap Poteind de eerste buurtschap die een corsotraditie in gang gezet heeft.

Het namelijk deze buurtschap die de eerste corsowagen bouwde waaronder geduwd werd. Een geheim dat veel navolging zou krijgen in de volgende jaren. Deze buurtschap kreeg de eerste prijs met lof van de Jury.

Het was een corso waar veel bezoekers raar op hun neus gekeken moeten hebben toen ze een wagen zagen passeren die niet getrokken werd door mens of paard. Het geheim zat hem namelijk niet in een of andere ‘wonder motor' die geruisloos de wagen voortbewoog maar in het feit dat er een bouwer op het fantastische idee was gekomen om te gaan duwen onder de wagen. Een geheim dat tot corsozondag ontzettend goed bewaard was gebleven!

Jammer hierbij is echter wel dat dit later de nekslag voor de kleinere buurtschappen moet zijn geweest die het niet voor elkaar kregen om duwers te vinden voor hun wagens. Uit noodzaak werden er zelfs duwers van buiten Zundert aangetrokken om tegen betaling van vijftien of twintig gulden de wagen op corsozondag door de straten te duwen. Hetgeen niet veel corsobuurten lang volhielden vanwege de zware druk die dit legde op de kas van de buurtschap.

 


ANEKDOTES uit het boek “Wernhout, een dorp apart”

 

 

Stroomlevering aan de tent

Tot in de begin jaren 90 mochten b.s. Wernhout altijd stroom gebruiken van Fam. Pemen. Bij hun aan de stoppenkast is blijkbaar 1 groep die nog niet in gebruik is. En zoals heel het corso groeit, groeit dus ook het stroomverbruik met de jaren. In begin van de jaren 90 is dit blijkbaar zo hoog opgelopen dat in het begin van een bouwjaar kort na elkaar tot 2x toe de stoppen achter de loodjes eruit vliegen. Op het moment dat dat gebeurde zat gelijk heel de cafetaria zonder stroom en moest iemand van de PNEM komen om de stoppen te vervangen. Na deze gebeurtenis is b.s. Wernhout overgeschakeld naar de kermisaansluiting op het pleintje. In de afgelopen jaren is de stroomvoorziening een serieuze uitbreiding ondergaan. Thans bij het verschijnen van dit boek is er andermaal een uitbreiding ondergaan in de stroomvoorziening. Wanneer het machinepark in de corsotent dan op volle toeren draait vliegen er ook heel wat ‘wattjes' doorheen.

 

Een achteras gebroken

In een van de afgelopen jaren bleek vlak voor het corso dat de achteras te licht was voor de wagen en in tweeën gebroken was. Het onderstel werd ondersteund en er werd een gat van een halve meter diep onder het onderstel gegraven. De gebroken as werd er onder uit gehaald en in alle spoed werd er vlug een andere as gehaald bij Mutsters op de Bredaseweg. Hier was men met ongeveer 6 man een hele nacht aan kwijt.

 

Een nieuwe medewerker

Men kan zich herinneren dat er in dit jaar een nieuwe medewerker zich aanmeldde bij de bouwgroep. Hij was dolenthousiast over het corso, had zelfs al een gloednieuwe overal gekocht om in de tent te kunnen helpen. Blijkbaar heeft hij op een gegeven moment, om redenen die ons niet bekend zijn, een emmer tempexlijm gepakt en ondersteboven boven zijn eigen kop leeggeschud. Deze nieuwe medewerker is daarna blijkbaar nooit meer gezien in het Wernhoutse corsogebeuren. Ons rijst op dit moment slechts de vraag hoe die persoon in hemelsnaam die verschrikkelijke kleretroep van zich af heeft kunnen krijgen!!??

 

 

Een nieuwe medewerker

Men kan zich herinneren dat er in dit jaar een nieuwe medewerker zich aanmeldde bij de bouwgroep. Hij was dolenthousiast over het corso, had zelfs al een gloednieuwe overal gekocht om in de tent te kunnen helpen. Blijkbaar heeft hij op een gegeven moment, om redenen die ons niet bekend zijn, een emmer tempexlijm gepakt en ondersteboven boven zijn eigen kop leeggeschud. Deze nieuwe medewerker is daarna blijkbaar nooit meer gezien in het Wernhoutse corsogebeuren. Ons rijst op dit moment slechts de vraag hoe die persoon in hemelsnaam die verschrikkelijke kleretroep van zich af heeft kunnen krijgen!!??

 

Eieren en ....Tulpebollen

Het is gebeurd in 1981

Na het buurtfeest was het een gewoonte geworden om bij iemand thuis de magen nog eens goed te gaan vullen. Dit jaar was huize Knops aan de beurt. Men had eieren en uien in huis gehaald. Echter uien waren er blijkbaar niet genoeg. De dames die het eten bereiden hadden al gauw een oplossing gevonden. De tulpebollen die in huis waren werden als uien klein gesneden. Aangezien men er in de 2e wereldoorlog er ook niet van was doodgegaan zou dat nu ook niet gebeuren. En de heren....?? Die aten vrolijk verder, of het nu uien of bloembollen waren!

 

 

Friet onder de jas!?

Het is in een van deze jaren gebeurd. Blijkbaar luisterden de magen van de corsobouwers niet zo naar het feit dat op dinsdag “het centrum” dicht was. Besloten werd om op de brommer friet te gaan halen in Zundert. Patric Gommers leende zijn brommer uit. En Daniel Antes en Patric Lodders gingen friet halen. Op terugweg dacht Daniel eventjes over de Wernhoutseweg zelf te moeten rijden. Helaas had hij niet gezien dat de politie ver achter hen ook op de weg zat. Door deze politie werden zij gesommeerd om voor huize Knops te stoppen. De politie werd erg nieuwsgierig naar hetgeen men onder de jassen te verbergen had. Toen daar een paar papieren tassen met frietes en snacks onder vandaan kwamen hadden zij blijkbaar de grootste moeite om hun gelach te houden. De frieten en snacks werden in de tent niet duurder afgerekend.

 

 

Geluk gehad !!!

Op corsozondag staat Robert Ruyzenaars op het veilingterrein op het moment dat een wagen van een andere buurtschap het terrein op komt rijden. ‘Dat is ook wel een mooi wagentje', zegt hij, waarop Loek Hereygers antwoord: ‘Wat begrijp jij daar nou van? Jij hebt ook een paar keer met geluk gewonnen!!'

 

 

Hoog, hoger, het hoogst

Tijdens het tikweekend komt er een delegatie uit Zundert kijken en stelt de vraag hoe hoog de wagen wordt. 10 Meter wat het antwoord. Kan dit niet een beetje minder, was de reactie. Oke, gaan we proberen, was daarop het antwoord. De pop die aanvankelijk boven in de korf gepland was was een steengooier. Deze werd per ongelijk verwisseld door een pop die met pijl en boog schoot. Hierdoor werd de wagen geen 10 maar 10,5 meter hoog. De hoogste wagen die Wernhout ooit heeft gebouwd.

 

 

Karton met een papiertje?

Het is in een van deze jaren dat Louis Damen samen met Theo Knops naar Breda-noord gingen naar een bedrijf om daar karton te halen. Louis Damen reed met zijn personenwagen en aanhangkarretje. Blijkbaar verraste hen de hoeveelheid karton die men meekreeg. Het aanhangwagentje was nog maar amper in staat om te rijden door het gewicht. Daarom ook moest Louis Damen zijn snelheid ook flink aanpassen op de snelweg en kon er bij wijze van spreken maar stapvoets rijden. Op dat zelfde stukje snelweg werden zij echter nog ingehaald en aangehouden door de politie. Hen was blijkbaar ook de langzame snelheid en enorm hoge geladen aanhangwagen opgevallen. Nadat zij op de vluchtstrook tot staan waren gebracht vroegen de heren van de wet om nader uitleg. Louis Damen legde hen het naadje van de kous uit en dat dit te maken had met bloemencorso buurtschap Wernhout. Blijkbaar was de politie hen goed gezind want men mocht verder rijden onder de voorwaarde dat men de vluchtstrook zou blijven volgen en er bij de eerstvolgende afslag van de snelweg er afging. Hiermee gingen zij graag akkoord en het was ook nog precies de afslag die men moest hebben. Zoals we inmiddels begrepen hebben hebben zij maar 1 keer op deze manier karton gehaald.

 

 

Maquette bewaren

In deze jaren werd de maquette elke dag mee naar huis genomen. De opslag in de tent bestond in die tijd nog uit een dossierkast. Voorgesteld werd om de maquette daarin te bewaren. Op de onderste schap was nog plaats, maar helaas, de maquette paste toch niet. Misschien maar goed ook! Nog geen 2 minuten later donderde alle schappen als een domino-effect, door het vele gewicht, naar beneden. Daarna is dit idee niet meer terug gekomen. Overigens bleek het jaar daarop dat de maquette ook niet goed tegen een aanval kan van een vallende plank!!??

 

 

Met een plank op de fiets

Het is blijkbaar door menigeen onthouden. Aangezien b.s. Wernhout nog maar net een nieuwe start had gemaakt had men nog niet veel materiaal. Blijkbaar heeft Loek Hereygers het in die tijd dagen volgehouden om bij de bouwplaats, die toen naast de confectiefabriek op de bouwgrond was, enkele “schenkelplanken” af te tekenen bij de wagen, op de schouder op de fiets naar de schuur van Nis Mutsters, die via de Oude Lentsebaan te bereiken was, daar te zagen aan de lintzaag, vervolgens weer op de fiets terug naar de tent en daar vast te timmeren aan de wagen. Vervolgens ging het verhaaltje weer opnieuw van start. Heden ten dagen zou dit bijna bestempeld worden als onmogelijk. Toen niet!!

 

 

Proost !!!

Als er na het behalen van de tweede prijs bij zaal Victoria ter felicitatie een dienblad vol met schuimende glazen bier onder de rijdende wagen wordt geschoven, zijn onze duwers net iets te laat om hier iets van te pakken. De achterwielen van de wagen rollen over het dienblad heen en een luid ‘KRAK' kondigt aan dat onze zwoegers onder de wagen nog even dorst moeten leiden.

 

 

Record.

Dat corso-bouwen hongerig en dorstig maakt, is natuurlijk geen nieuws. Als er na afloop van een avond hard werken een glaasje gedronken wordt, gaat een frietje en een snackje daarbij er ook wel in. Remco Damen pakt dan een stuk karton als boodschappenbriefje en gaat het kringetje rond om de bestellingen te noteren en begeeft zich vervolgens naar de plaatselijke cafetaria. Eens kreeg hij daar een rekening gepresenteerd van Hfl. 149,85.  Een record!! Wanneer wordt het gebroken???

 

 

Buurtschap Achtmaal door de Diepstraat!?

Dit jaar moesten wij door de diepstraat om op de afbraakplaats te komen. De doorgang, bovenin tussen de bomen, in de diepstraat was eigenlijk veel te klein. Men heeft even in twijfel gestaan of we dit wel moesten doen. Inmiddels was Diepstraat auto vrij en in de geest van “Op hoop van zegen” trokken we door de Diepstraat. We vermoeden immers dat de poppen die bovenop de wagen stonden eraf zouden donderen. Het tegenovergestelde gebeurde echter. Op flink wat bloemen na en slechts een enkele omgebogen vinger(!!) bij de poppen was er niets te zien. Bij de bomen in de Diepstraat was dit wel even anders. Takken van een arm dik braken als luciferhoutjes af. Hierop werd het grappige commentaar geleverd dat nu voortaan b.s. Achtmaal zonder moeite op zondagmorgen door de Diepstraat kon. Hoezo een stevige constructie!?

 


 

Colofon: 

Bovenstaande teksten zijn afkomstig uit het boek “Wernhout, een dorp apart”.

Dit boek is uitgegeven in 1998 ter gelegenheid van het 50 Jarig bestaan van onze buurtschap.  

De redactie was gevormd uit de volgende mensen;
Aloys Brosens, Dennis van de Wouw, Erwin de Meijer, Kees Vanlaerhoven en Remco Damen.

Voor de vormgeving hebben we Louis Zagers aan onze zijde gehad.
Het boek is gedrukt bij Drukkerij Vorsselmans in Zundert  
Uitgever: Stichting Bloemencorso Buurtschap Wernhout
 

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaargemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.